In de wereld van medezeggenschap komt vroeg of laat deze vraag op tafel: wie bewaakt de bewakers? Oftewel, wie ziet erop toe dat de afspraken die zijn gemaakt ook daadwerkelijk worden uitgevoerd zoals bedoeld? Dit sluit uitstekend aan bij de 5 stappen van het invloedsmodel namelijk stap 5, de controlerende rol van de OR.
Het lijkt zo vanzelfsprekend: de ondernemingsraad (OR) maakt afspraken met de bestuurder, er komt een besluit, en daarna zorgt het managementteam (MT) voor de uitvoering. Maar de praktijk blijkt vaak weerbarstig. Want hoe weet de OR of de afspraken die zorgvuldig zijn vastgelegd, ook echt worden nagekomen? En wie houdt er toezicht op de naleving?
Tussen besluitvorming en uitvoering gaapt vaak een kloof. De OR geeft een advies of stemt in met een voorstel, de bestuurder belooft dat de afspraken worden opgevolgd, en het MT krijgt de taak om het in de praktijk te brengen. Maar wat als de uitvoering stokt, of als de gemaakte afspraken onderweg worden aangepast?
In veel organisaties is er geen vanzelfsprekende structuur waarin de naleving van afspraken wordt gecontroleerd. Daardoor kan het gebeuren dat de OR wel formeel betrokken is geweest, maar daarna geen zicht meer heeft op de uitwerking. En dat roept een fundamentele vraag op: wie bewaakt de bewakers?
De toezichthouder (bijvoorbeeld de Raad van Toezicht of Raad van Commissarissen) heeft als taak om erop toe te zien dat de bestuurder de organisatie verantwoord leidt. Dat betekent ook dat er aandacht moet zijn voor hoe besluiten tot stand komen en worden uitgevoerd.
Vanuit dit perspectief is het essentieel dat de toezichthouder niet alleen kijkt naar cijfers of strategie, maar ook naar governance en naleving: zijn de gemaakte afspraken met de OR helder, en worden ze daadwerkelijk nageleefd? Een toezichthouder die dat niet monitort, loopt het risico blind te varen op beloften in plaats van op bewijs.
De bestuurder bevindt zich in een complexe positie. Hij of zij is verantwoordelijk voor de uitvoering van besluiten, maar ook voor het onderhouden van vertrouwen met zowel de OR als de toezichthouder.
Transparantie is hier het sleutelwoord. Een bestuurder die open communiceert over voortgang, obstakels en keuzes, creëert ruimte voor dialoog in plaats van achterdocht. Daarmee wordt de bestuurder zelf ook beter ‘bewaakt’ niet vanuit wantrouwen, maar vanuit gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Het helpt wanneer bestuurders en MT structureel rapporteren over de uitvoering van afspraken. Denk aan periodieke terugkoppelingen aan de OR of een evaluatie in het jaarverslag. Zo blijft de naleving niet een kwestie van vertrouwen alleen, maar wordt het onderdeel van goed bestuur.
Voor de OR ligt hier misschien wel de grootste uitdaging. De OR heeft immers geen formele rol in de uitvoering, maar draagt wél verantwoordelijkheid ten aanzien van het afgesproken resultaat richting de achterban.
Een actieve OR zorgt daarom dat afspraken niet in een la verdwijnen. Dat betekent: opvolging vragen, monitoren, en het gesprek blijven voeren. Niet alleen bij nieuwe besluiten, maar ook bij de uitvoering van eerdere afspraken.
De OR kan bijvoorbeeld jaarlijks een overzicht opstellen van toezeggingen en afspraken, met daarbij de status: gerealiseerd, in uitvoering, of nog niet opgepakt. Zo houdt de OR grip op het proces zonder in de stoel van de bestuurder te gaan zitten.
En dan is er nog de achterban – de medewerkers. Zij merken uiteindelijk of een afspraak echt effect heeft. Hun ervaring is vaak de meest betrouwbare graadmeter voor naleving.
Daarom is het belangrijk dat de OR een brugfunctie blijft vervullen tussen besluitvorming en werkvloer. Door signalen van medewerkers te verzamelen en terug te koppelen, kan de OR een realistisch beeld vormen van wat er in de praktijk gebeurt.
Wanneer de OR die feedback vervolgens deelt met de bestuurder en toezichthouder, ontstaat er een gezonde cirkel van wederzijdse controle.
De kernvraag blijft: wie houdt toezicht op het toezicht? In veel organisaties ligt dat antwoord niet vast. Toch is juist dát gesprek van groot belang om transparantie, vertrouwen en effectiviteit te behouden.
Het begint bij het expliciet maken van rollen en verantwoordelijkheden. Wie ziet toe op de uitvoering? Wanneer wordt er geëvalueerd? En hoe wordt daarover gerapporteerd? Door die afspraken vooraf vast te leggen, voorkom je dat iedereen op elkaar vertrouwt, maar niemand daadwerkelijk controleert.
De OR kan dit thema goed agenderen in het reguliere overleg met de bestuurder. Niet als een teken van wantrouwen, maar als onderdeel van professioneel samenspel. Want alleen als de bewakers zélf ook bewaakt worden, blijft het systeem gezond.
“Wie bewaakt de bewakers?” is geen cynische vraag, maar een noodzakelijke uitnodiging tot reflectie.
In elke organisatie waar afspraken worden gemaakt, hoort ook een mechanisme te bestaan dat waarborgt dat ze worden nageleefd. Alleen dan kunnen OR, bestuurder, toezichthouder en achterban samen bouwen aan een cultuur van vertrouwen, verantwoordelijkheid en echte invloed.
Reacties worden op prijs gesteld!
HBU Training en Advies
Karel Doormanlaan 187
3572 NV Utrecht
KvK nummer: 64897710
BTW nummer: NL176472538B01
© 2026 HBU Training en Advies
HBU Training & Advies