In het recht bestaan twee prachtige uitdrukkingen over hoe je met waarheid kunt omgaan:
suppressio veri (het verzwijgen van de waarheid) en suggestio falsi (het suggereren of verzinnen van een waarheid).
Die laatste wordt in het recht als kwalijker gezien.
Ook in de medezeggenschap kom je deze vormen van waarheid regelmatig tegen. Niet altijd als keiharde leugen, maar veel vaker als: een deel van de waarheid, handig verpakt.
Je kunt grofweg drie varianten onderscheiden:
1. De verzwegen waarheid (suppressio veri)
Je vertelt iets niet. Soms bewust, soms omdat je het beter even niet vindt passen. Of je laat een cruciaal stukje informatie weg.
2. De verzonnen waarheid (suggestio falsi)
Je vult iets in dat je niet weet, maar presenteert het wel als feit. Dat is in juridische zin zwaarder: je verzint waarheid.
3. De deels vertelde waarheid
Dit is de meest voorkomende variant in organisaties: je vertelt wel iets dat klopt, maar niet alles wat je weet. Er is geen duidelijke leugen, maar het is ook geen volledige waarheid. En precies daar ontstaat vaak gedoe.
Het lastige is: veel gesprekken in de medezeggenschap spelen zich af in dat grijze gebied. Mensen hebben vaak goede bedoelingen, maar door wat ze niet zeggen of nét anders formuleren, ontstaan toch verkeerde beelden en verwachtingen.
Kijk naar het besluitvormende MT: directeur, managers, projectleiders. Samen bepalen ze de koers van de organisatie. Door die taakverdeling weet niet iedereen altijd alles.
Een herkenbaar voorbeeld:
Manager A is projectleider en penvoerder van een belangrijk verandertraject.
Jij spreekt met de directeur, die het project wel overziet, maar niet precies weet wat de laatste stand van zaken is.
Op jouw vraag aan de directeur geeft hij toch een antwoord, omdat hij niet met lege handen wil staan.
Op dat moment kunnen er drie dingen gebeuren:
Hij vertelt een deel van de waarheid (wat hij wél weet).
Hij laat belangrijke nuances weg (verzwijgen van een stukje waarheid).
Hij gokt op basis van aannames en presenteert die als feit (verzinnen van waarheid).
Zijn intentie kan prima zijn: hij wil transparant zijn, het gesprek goed voeren. Maar voor de OR kan dit betekenen dat je besluiten voorbereidt op basis van informatie die niet compleet of niet helemaal juist is.
Aan OR-kant speelt iets vergelijkbaars. Stel:
Je krijgt een stevig signaal van één medewerker.
Je weet uit eerdere gesprekken dat dit breder leeft in het team.
Je wilt er iets mee richting bestuurder.
Wat zeg je dan?
“We hebben van één collega gehoord dat…”
“We weten dat dit bij meerdere mensen leeft…”
“Onze achterban heeft ons uitgebreid geïnformeerd over…”
Alle drie zinnen verwijzen naar een vorm van waarheid, maar met een andere lading. Als je het feitelijk maar van één persoon hebt gehoord, is “uitgebreid geïnformeerd” op zijn minst een stevige uitvergroting. Terwijl “we weten dat dit breder speelt” vaak wel klopt, omdat je zicht hebt op het patroon in de organisatie.
Ook hier gaat het niet direct om liegen, maar om hoe je de waarheid presenteert. En om hoe zorgvuldig je bent met woorden.
Niet alleen bestuurder en OR gaan zo met waarheid om. Denk ook aan:
Achterban
Een medewerker zegt: “Dit speelt in mijn hele team”. Is dat letterlijk zo, of gaat het om een deel van de groep? Hoe groot is “een groep”?
Toezichthouder (RvC/RvT)
Een commissaris zegt: “Wij houden toezicht” en vertegenwoordigt tegelijk ook de aandeelhouder. Dat mag, dat hoort bij de rol. Maar toezichthouder zijn is iets anders dan spreekbuis van de aandeelhouder zijn. Dat verschil is voor de OR soms heel belangrijk om te snappen.
Daar komt nog bij dat iedereen zijn eigen gedragscode en interpretatie van rollen heeft:
Wat vindt een bestuurder dat hij moet doen?
Wat vindt een toezichthouder dat zijn taak is?
Wat vindt de OR dat zij moet bewaken?
Die verschillen in interpretatie kleuren ook weer de waarheid die wordt verteld.
De kern: je hoeft niet meteen te wantrouwen, maar je mag wel heel precies worden.
Een paar hulpmiddelen voor de OR:
Bewustwording: Herken dat er verschillende waarheden bestaan
De volledig vertelde waarheid, de deels vertelde waarheid, de verzwegen waarheid en de verzonnen waarheid. Alleen al dit onderscheid helpt je beter luisteren.
Doorvragen zonder te wantrouwen
Niet: “Ik geloof u niet.”
Wel: “Wat bedoelt u precies met…?” of “Hoeveel mensen gaat dit ongeveer over?” of “Wanneer is dit besloten en door wie?”
Metaforen en vage termen uitpakken
Woorden als “we nemen iedereen mee”, “er is breed draagvlak”, “dit leeft in de organisatie” klinken mooi, maar kunnen van alles betekenen. Vraag: “Hoe ziet dat er concreet uit?” of “Waar blijkt dat uit?”
Feit en duiding scheiden
Wat zijn de kale feiten?
Wat is de interpretatie van de bestuurder, OR, toezichthouder of medewerker?
Pas als die uit elkaar zijn gehaald, kun je zinvol verder praten.
Expliciet zijn over je bron als dat nodig is. Journalistieke bronbescherming aanhouden als het om de persoon gaat.
Zeg erbij of je iets uit één gesprek hebt, maar eigenlijk bestaat uit meerdere signalen, uit een enquête of uit een reeks casussen. Dan hou je jezelf eerlijk over hoe stevig je waarheid is.
Medezeggenschap is geen spel van perfecte objectieve waarheid. Het is een praktijk waarin mensen, rollen, belangen en interpretaties voortdurend door elkaar lopen. Juist daarom is het zo waardevol om het juridische onderscheid te kennen tussen:
suppressio veri: wat wordt er weggelaten?
suggestio falsi: wat wordt er verzonnen of mooier gemaakt dan het is?
Als je als OR tijdens gesprekken alert blijft op deze verschillende soorten waarheid, kun je:
beter doorvragen
misverstanden eerder opsporen
en bewuster kiezen wat je volgende stap is
En dan wordt waarheid geen wapen, maar een stuk gereedschap om samen betere besluiten te nemen.
Reacties worden op prijs gesteld!
HBU Training en Advies
Karel Doormanlaan 187
3572 NV Utrecht
KvK nummer: 64897710
BTW nummer: NL176472538B01
© 2025 HBU Training en Advies
HBU Training & Advies