Kennisbank

Smartmoves voor de Ondernemingsraad
OR COR Tips en Tricks
Leiderschap
Ondernemingsraad Wet op de ondernemingsraden

FAQ - Psychosociale arbeidsbelasting en de PSA gedragscode

Er was een wetsvoorstel dat geschrapt is vanwege te veel regeldruk voor ondernemers..... dat in hield dat per 1 juli 2026 zijn organisaties met tien of meer medewerkers verplicht zou zijn een formele gedragscode ongewenst gedrag in te stellen. De OR heeft instemmingsrecht op grond van artikel 27 lid 1 sub d WOR. PSA kost Nederland jaarlijks 3,9 miljard euro aan verzuimkosten. Deze veertig vragen helpen de OR zijn rol bij PSA-beleid en de gedragscode volledig te benutten. 

 

1. Wat is psychosociale arbeidsbelasting?

PSA omvat alle factoren in het werk die psychische belasting veroorzaken en kunnen leiden tot stress, burn-out, pesterij, agressie, intimidatie of seksuele intimidatie. De Arbowet verplicht werkgevers al langer een beleid te voeren tegen PSA als onderdeel van de RI&E. PSA kost Nederland jaarlijks 3,9 miljard euro aan verzuimkosten. Meest voorkomende oorzaken zijn: te hoge werkdruk, gebrek aan autonomie, agressie van klanten of collega's, pesten, seksuele intimidatie en discriminatie. De OR heeft een wettelijke taak om arbeidsomstandighedenbeleid te bevorderen, inclusief PSA-beleid.

WOR-grondslag: Art. 28 lid 1

 

Strategisch advies: Zet PSA als structureel punt op de OR-agenda. Vraag de bestuurder jaarlijks te rapporteren over PSA-indicatoren: werkdruk, verzuim, meldingen ongewenst gedrag en uitkomsten van de RI&E.

 

2. Wat verandert er per 1 juli 2026 voor werkgevers op het gebied van PSA?

Per 1 juli 2026 treedt artikel 5a van de Arbowet dus niet in werking, want geschrapt. Organisaties met tien of meer medewerkers zijn dan niet verplicht een formele, schriftelijke gedragscode ongewenst gedrag te hebben. In een gedragscode moeten minimaal staan: een definitie van welk gedrag ongewenst is, informatie over meldmogelijkheden, beschrijving van het onderzoeksproces bij meldingen en de manier waarop vertrouwelijkheid wordt gewaarborgd. De gedragscode is vrijblijvend: het gaat niet om een specifieke, afdwingbare verplichting. Wel kan deze code onderdeel zijn van het arbo -beleid tegen PSA dat de werkgever nodig heeft om te voldoen.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub d

 

Strategisch advies: Controleer of uw organisatie al een gedragscode heeft. Als die er niet is, dient de OR de bestuurder formeel te verzoeken dit te regelen middels een initiatiefvoorstel. Als die er wel is maar verouderd, heeft de OR instemmingsrecht bij wijziging.

 

3. Heeft de OR instemmingsrecht op een PSA-gedragscode?

Ja. Gedragsregels, waaronder een gedragscode ongewenst gedrag, vallen onder artikel 27 lid 1 sub d WOR: regelingen op het gebied van het organisatiebeleid ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en gedragsregels. De OR heeft dus instemmingsrecht bij het vaststellen en bij het wijzigen van de gedragscode. Als de werkgever de gedragscode invoert zonder de OR te raadplegen, kan de OR de nietigheid van de regeling inroepen. De OR doet er verstandig aan zijn instemmingsrecht proactief te claimen.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub d

 

Strategisch advies: Stuur de bestuurder een brief waarin de OR aangeeft dat de gedragscode ongewenst gedrag een instemmingsplichtige regeling is en dat de OR betrokken wil worden bij de opstelling ervan. Doe dit zo snel mogelijk.

 

4. Wat moet er minimaal in een gedragscode ongewenst gedrag staan?

Op grond van het advies over de wet moet de gedragscode minstens bevatten: een duidelijke beschrijving van welk gedrag ongewenst is, ook digitale vormen; informatie over de meldmogelijkheden via intern meldpunt, vertrouwenspersoon en externe route; beschrijving van het stappenplan bij een melding; beschrijving van het onderzoeksproces; en waarborgen voor vertrouwelijkheid en bescherming van de melder. Aanvullend is het aan te bevelen sancties te beschrijven bij overtreding en aan te geven hoe periodiek wordt getoetst of de code wordt nageleefd.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub d

 

Strategisch advies: Gebruik de minimumeisen uit het advies als startpunt maar ga als OR verder: pleit voor een code die ook leidinggevenden aanwijst als eersteverantwoordelijken, een jaarlijkse evaluatie bevat en geldt voor inhuurkrachten en leveranciers.

 

5. Wat is het verschil tussen een vertrouwenspersoon en een klachtenprocedure?

Een vertrouwenspersoon is een persoon, intern of extern, bij wie medewerkers laagdrempelig en vertrouwelijk terecht kunnen als zij te maken hebben met ongewenst gedrag. De vertrouwenspersoon adviseert, begeleidt en kan doorverwijzen. Een klachtenprocedure is het formele traject: een officiële klacht wordt ingediend, onderzocht en resulteert in een oordeel en mogelijk sanctie. Beide zijn nodig. De vertrouwenspersoon verlaagt de drempel om te melden; de klachtenprocedure biedt rechtsbescherming. De OR heeft instemmingsrecht op beide regelingen.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub d en k

 

Strategisch advies: Eis dat de organisatie zowel een interne vertrouwenspersoon als een onafhankelijke externe klachtroute heeft. Zo is er altijd een veilige weg voor medewerkers die de interne route niet vertrouwen of vanwege de positie van de ‘dader’ bijvoorbeeld de hoogste leidinggevende.

 

6. Kan de OR instemming weigeren voor de gedragscode?

De OR kan instemming weigeren als een aangeboden gedragscode onvoldoende bescherming biedt, als de procedure voor meldingen niet deugt of als er geen externe klachtroute is. Bij weigering mag de werkgever de gedragscode niet invoeren. Als de OR instemming weigert, moet er opnieuw een poging worden ondernomen. De OR kan weigering altijd koppelen aan een concrete set verbetervoorstellen.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 4 en 5

 

Strategisch advies: Gebruik weigering als onderhandelingsmiddel, niet als eindpositie. Formuleer duidelijk waarom de OR weigert en welke aanpassingen nodig zijn voor instemming. Zo gaat het gesprek altijd verder.

 

7. Wat is de rol van de RI&E bij PSA?

De RI&E is het wettelijk instrument waarmee de werkgever arbeidsrisico's in kaart brengt, inclusief PSA-risico's. Werkgevers zijn verplicht een plan van aanpak op te stellen voor de gevonden risico's. De OR heeft instemmingsrecht op het plan van aanpak van de RI&E. Bovendien heeft de OR recht op inzage in de RI&E zelf. Veel PSA-problemen zijn pas zichtbaar als de RI&E goed is uitgevoerd. Een slecht uitgevoerde RI&E kan een signaal zijn dat de werkgever het PSA-risico niet serieus neemt.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub e, art. 31

 

Strategisch advies: Vraag jaarlijks inzage in de meest recente RI&E en het bijbehorende plan van aanpak. Controleer specifiek het PSA-gedeelte: zijn alle risico's benoemd, zijn maatregelen concreet en zijn deadlines gehaald? De frequentie voor PSA kan hoger zijn dan het Arbo gedeelte.

 

8. Hoe hoog is de werkdruk in Nederland en wat zijn de gevolgen?

Werkdruk is de meest genoemde oorzaak van psychische klachten op het werk in Nederland. Ruim 40 procent van de werkgevers erkent dat te hoge werkdruk een van de grootste oorzaken is van stress en psychosociale belasting. PSA-gerelateerd verzuim kost de Nederlandse economie jaarlijks 3,9 miljard euro. Sectoren met de hoogste PSA-risico's zijn zorg, onderwijs, overheid, politie en justitie. Werkdruk wordt versterkt door personeelstekorten, digitale overbelasting, hybride werken zonder duidelijke grenzen en toenemende administratieve lasten.

WOR-grondslag: Art. 28 lid 1

 

Strategisch advies: Vraag de bestuurder een jaarlijkse werkdrukmonitor te laten uitvoeren en de resultaten te delen met de OR. Koppel hoge werkdrukcijfers direct aan actiepunten in het plan van aanpak PSA.

 

9. Wat is de relatie tussen hybride werken en PSA?

Hybride werken vergroot kan PSA-risico's op drie manieren beïnvloeden: de grens tussen werk en privé vervaagt, sociale verbondenheid neemt af door minder informeel contact en toezicht verschuift naar digitale monitoring wat nieuwe stressbronnen creëert. Tegelijkertijd biedt hybride werken ook voordelen: meer autonomie, minder reistijd en betere balans bij goede inrichting van werk en privé. De OR heeft instemmingsrecht op thuiswerkbeleid en kan PSA-randvoorwaarden aan dat beleid verbinden.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub b en l

 

Strategisch advies: Eis bij de vaststelling of wijziging van het thuiswerkbeleid dat PSA-risico's expliciet worden geadresseerd: (maximale) bereikbaarheidsverwachtingen, recht op onbereikbaarheid en een jaarlijkse PSA-check voor thuiswerkers.

 

10. Hoe kan de OR PSA structureel op de agenda van de overlegvergadering zetten?

De OR kan PSA als vast agendapunt opnemen in de overlegvergadering, minimaal twee keer per jaar. De bestuurder kan worden gevraagd een korte rapportage te geven over verzuimcijfers, meldingen ongewenst gedrag, de status van de RI&E en eventuele incidenten. Aanvullend kan de OR zelf een PSA-thermometer organiseren onder de achterban en de uitkomsten inbrengen in het overleg. Artikel 24 WOR biedt de basis voor het bespreken van de algemene gang van zaken inclusief personeelsgerelateerde risico's.

WOR-grondslag: Art. 24, art. 28

 

Strategisch advies: Stel een PSA-jaaragenda op met vaste momenten voor RI&E-bespreking, verzuimrapportage, evaluatie van de gedragscode en achterban-terugkoppeling. Dit maakt PSA-beleid zichtbaar en controleerbaar.

 

11. Wat zijn de meest voorkomende vormen van ongewenst gedrag op de werkvloer?

Op basis van arbeidsomstandighedenonderzoeken zijn de meest voorkomende vormen: pesten door collega's of leidinggevenden, intimidatie die een bedreigende of vijandige werkomgeving creëert, seksuele intimidatie met ongewenste toenadering of grensoverschrijdend gedrag, agressie en geweld van klanten of patiënten, discriminatie op basis van geslacht of afkomst en digitale vormen zoals online pesten en misbruik van communicatiemiddelen. Een gedragscode moet alle vormen expliciet benoemen.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub d

 

Strategisch advies: Vraag de organisatie te registreren welke vormen van ongewenst gedrag worden gemeld. Gebruik die data om het beleid te verbeteren en gerichte trainingen in te voeren voor de meest voorkomende vormen.

 

12. Wat is de taak van de OR bij het aanstellen van een vertrouwenspersoon?

De aanstelling van een vertrouwenspersoon ongewenst gedrag is in sommige sectoren wettelijk verplicht en overal sterk aan te bevelen. De OR heeft instemmingsrecht op de regeling rondom de vertrouwenspersoon, inclusief het profiel, de werkwijze, de vertrouwelijkheidsgaranties en de onafhankelijkheid. Als de vertrouwenspersoon intern is, moet zijn of haar onafhankelijkheid van leidinggevenden gewaarborgd zijn. Bijna drie op de vier werknemers heeft inmiddels toegang tot een vertrouwenspersoon.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub d

 

Strategisch advies: Het is verplicht dat de vertrouwenspersoon jaarlijks een geanonimiseerd verslag uitbrengt over het aantal meldingen, de aard van de klachten en aanbevelingen voor beleid. Dit verslag dient aan de OR te worden verstrekt.

 

13. Heeft de OR recht op de RI&E-resultaten over PSA?

Ja. De OR heeft op grond van artikel 31 WOR recht op alle informatie die nodig is voor zijn taak, en het bewaken van veilige arbeidsomstandigheden is een kerntaak. De RI&E is openbare informatie voor de OR. Als de RI&E onvoldoende aandacht besteedt aan PSA, kan de OR eisen dat dit wordt aangevuld en dat een gecertificeerde arbodienst of arbodeskundige wordt ingeschakeld. De OR heeft instemmingsrecht op het plan van aanpak dat voortkomt uit de RI&E.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub e, art. 31

 

Strategisch advies: Leg het PSA-gedeelte van de RI&E naast de verzuimdata en de meldingen ongewenst gedrag. Als er discrepanties zijn, veel verzuim maar weinig meldingen, is dat een signaal van een onveilige cultuur waarbij mensen niet durven te melden.

 

14. Wat doet de OR als de werkgever geen gedragscode invoert?

Als de werkgever nalaat een gedragscode in te voeren, heeft de OR drie opties. Eerste optie: de OR stuurt een informele brief aan de bestuurder met het verzoek dat binnen een redelijke termijn een conceptgedragscode ter instemming wordt aangeboden. Tweede optie: de OR maakt dit bespreekbaar in de overlegvergadering en legt het vast in de notulen. Derde optie: bij aanhoudende nalatigheid ten aanzien van de verplichting een arbobeleid te voeren gericht op PSA kan de OR een melding doen bij de Inspectie SZW, die bevoegd is handhavend op te treden.

WOR-grondslag: Art. 23, art. 27, art. 28

 

Strategisch advies: Wacht niet af. Stuur een brief met criteria waaraan volgens jullie een PSA gedragscode zou moeten voldoen.

 

15. Hoe toetst de OR of een gedragscode effectief is?

Effectiviteit van een gedragscode is meer dan papier. De OR kan een jaarlijkse evaluatie eisen op basis van: het aantal meldingen bij de vertrouwenspersoon, de uitkomsten van de RI&E PSA-sectie, het ziekteverzuim gerelateerd aan PSA, medewerkerstevredenheidsonderzoek gericht op sociale veiligheid en een kwalitatieve check of medewerkers weten dat de gedragscode bestaat. De OR kan ook een onafhankelijk onderzoek laten uitvoeren waarbij medewerkers worden gevraagd naar hun ervaringen.

WOR-grondslag: Art. 28, art. 31

 

Strategisch advies: Neem in het instemmingsbesluit op dat de gedragscode jaarlijks wordt geëvalueerd en dat de uitkomsten worden gedeeld met de OR. Koppel de evaluatie aan concrete verbeteracties met een deadline.

 

16. Wat is de relatie tussen PSA en ziekteverzuim?

PSA is in Nederland verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van het ziekteverzuim. Burn-out, overspanning, depressie en angststoornissen zijn samen de meest genoemde oorzaken van langdurig verzuim. Werkdruk en ongewenst gedrag zijn de twee meest genoemde PSA-oorzaken. Een langdurig verzuimgeval door PSA kost werkgevers gemiddeld 60.000 tot 80.000 euro. Voor de OR is de koppeling tussen PSA-beleid en verzuimdata een krachtig argument: investeer in preventie of betaal later de rekening.

WOR-grondslag: Art. 28

 

Strategisch advies: Vraag de bestuurder de verzuimcijfers te splitsen naar oorzaak, inclusief PSA-gerelateerd verzuim. Gebruik dit als management-argument om te investeren in een goede gedragscode, vertrouwenspersoon en werkdrukbeleid.

 

17. Kan de OR een onafhankelijk PSA-onderzoek laten uitvoeren?

Ja. Artikel 16 WOR geeft de OR het recht externe deskundigen in te schakelen, op kosten van de werkgever. Als de OR twijfelt aan de kwaliteit van de RI&E of van het PSA-beleid, kan hij een gecertificeerde arbodeskundige of organisatiepsycholoog inschakelen om een onafhankelijk onderzoek te doen. De OR moet de inschakeling schriftelijk onderbouwen. Dit recht is bijzonder waardevol in organisaties waar de RI&E niet up-to-date is of waar structurele PSA-problemen worden vermoed die niet worden geregistreerd.

WOR-grondslag: Art. 16

 

Strategisch advies: Gebruik het recht op externe deskundigen strategisch. Kondig het aan als de OR ervan overtuigd is dat intern onderzoek niet objectief zal zijn. De aankondiging alleen al is soms genoeg om de werkgever tot actie te bewegen.

 

18. Hoe zit het met PSA bij nachtdiensten en onregelmatige werktijden?

Medewerkers met onregelmatige werktijden lopen een verhoogd PSA-risico door verstoord slaapritme, sociale isolatie, minder mogelijkheden voor informeel contact en hogere werkdruk bij onderbezetting in de nacht. De OR heeft instemmingsrecht op regelingen over werktijden en kan bij onregelmatige dienstroosters eisen dat PSA-risico's worden meegewogen. Denk aan: maximale aaneengesloten diensten, minimale rusttijd en toegang tot een vertrouwenspersoon ook buiten kantooruren.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub b

 

Strategisch advies: Voeg een PSA-paragraaf toe aan het overleg over roosterbeleid. Zorg dat medewerkers in onregelmatige diensten de vertrouwenspersoon kunnen bereiken via een extern kanaal dat altijd bereikbaar is.

 

19. Wat is het verschil tussen sociale veiligheid en PSA?

PSA is de bredere arbowet-term voor alle psychologische belastingfactoren in het werk. Sociale veiligheid is een specifiek deelaspect: de mate waarin medewerkers zich veilig voelen om zichzelf te zijn, fouten te melden en ongewenst gedrag aan te kaarten zonder angst voor negatieve gevolgen. In een sociaal onveilige organisatie worden klachten niet gemeld, is verloop hoog en is het vertrouwen in leidinggevenden laag. Voor de OR is sociale veiligheid een toetssteen: een gedragscode op papier zonder een veilige cultuur is waardeloos.

WOR-grondslag: Art. 28

 

Strategisch advies: Neem in de evaluatie van de gedragscode ook een meting van de sociale veiligheid op. Gebruik gevalideerde instrumenten om te meten of medewerkers echt durven te melden en of de cultuur veilig genoeg is.

 

20. Hoe betrekt de OR de achterban bij PSA-beleid?

De OR kan de achterban betrekken via een anonieme PSA-enquête onder medewerkers, een open spreekuur, een digitaal meldkanaal via de OR en communicatie over het PSA-beleid via intranet of nieuwsbrief. Signalen van de achterban zijn cruciaal: medewerkers weten het beste waar de werkdruk te hoog is, wie gepest wordt en wat de gedragscode in de praktijk waard is. Artikel 17 WOR regelt het recht van de OR om medewerkers te raadplegen.

WOR-grondslag: Art. 17

 

Strategisch advies: Maak PSA een terugkerend thema in OR-communicatie naar de achterban. Laat medewerkers weten dat de OR actief werkt aan een veilige werkplek en dat zij altijd bij de OR terecht kunnen.

 

21. Wat zijn de sancties als een werkgever geen gedragscode heeft?

De Inspectie SZW houdt toezicht op de naleving van de Arbowet. Bij controle zonder gedragscode kan de inspecteur een eis tot naleving opleggen, tenslotte hoort het in het arbobeleid.

WOR-grondslag: Art. 28 (bevordering naleving)

 

Strategisch advies: Gebruik de dreiging van de inspectie niet voor lichte overtredingen. Wel als er serieus iets aan de hand is. Zorg in dat geval ook voor een goed dossier waarin is vastgelegd wat de OR gedaan heeft en wat de werkgever nagelaten heeft. Presenteer dit niet als bedreiging maar als organisatierisico dat de OR wil helpen beperken.

 

22. Hoe zit het met online en digitaal ongewenst gedrag?

Digitale pesterij, online intimidatie en grensoverschrijdend gedrag via chat, e-mail of sociale media zijn vormen van ongewenst gedrag die onder de gedragscode moeten vallen. De wet maakt geen onderscheid tussen gedrag op de werkvloer en gedrag via digitale kanalen als het in de arbeidsrelatie plaatsvindt. Een gedragscode moet expliciet digitaal gedrag benoemen en de meldroute daarvoor beschrijven. Ook het gebruik van bedrijfscommunicatiesystemen als Teams, Slack en WhatsApp-groepen valt hieronder.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub d

 

Strategisch advies: Controleer bij de beoordeling van de conceptgedragscode of digitale gedragsvormen expliciet zijn benoemd. Een gedragscode die alleen over fysiek gedrag gaat is in 2026 onvolledig en onvoldoende.

 

23. Kan de OR eisen dat leidinggevenden worden getraind in PSA-herkenning?

Ja. De OR heeft instemmingsrecht op het opleidingsbeleid en kan als onderdeel van een instemmingsbesluit over een gedragscode op grond van de RIE eisen dat alle leidinggevenden verplicht een training volgen over het herkennen en aanpakken van PSA en ongewenst gedrag. Leidinggevenden zijn in de praktijk de eerste schakel: zij zien de signalen het vroegst maar zijn ook zelf soms de veroorzakers. Training van leidinggevenden en werknemers is een van de meest effectieve preventieve maatregelen.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub a

 

Strategisch advies: Neem in het instemmingsbesluit over een gedragscode een eis op voor jaarlijkse PSA-training voor alle leidinggevenden. Vraag in de OR-rapportage welk percentage van de leidinggevenden de training heeft gevolgd.

 

24. Wat is de relatie tussen PSA en de bedrijfsarts?

De bedrijfsarts speelt een rol bij de begeleiding van medewerkers die door PSA zijn uitgevallen. De OR heeft instemmingsrecht op het ziekteverzuimbeleid en de arbodienstverlening. De bedrijfsarts kan ook een signalerende rol spelen: als veel medewerkers zich melden met PSA-klachten, rapporteert de bedrijfsarts dit geanonimiseerd aan de werkgever. De OR kan vragen of de bedrijfsarts jaarlijks een geanonimiseerde PSA-trendrapportage geeft.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub d

 

Strategisch advies: Bouw een structurele relatie op met de bedrijfsarts. Nodig de bedrijfsarts periodiek uit voor de OR-vergadering om trends en signalen te bespreken. Zo heeft de OR een onafhankelijke inkijk in PSA-risico's.

 

25. Hoe werkt het instemmingsrecht bij wijziging van een bestaande gedragscode?

Als een gedragscode al bestaat en de werkgever wil die wijzigen, heeft de OR opnieuw instemmingsrecht. Dat geldt ook voor kleine wijzigingen als die inhoudelijk de bescherming van medewerkers raken. De OR doet er verstandig aan een vaste evaluatiecyclus af te spreken: de gedragscode wordt elke twee jaar herzien en elke wijziging wordt ter instemming voorgelegd. Als de werkgever de gedragscode aanpast zonder instemming, kan de OR de nietigheid van de wijziging inroepen.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 4 en 5

 

Strategisch advies: Leg in het oorspronkelijke instemmingsbesluit vast dat elke wijziging van de gedragscode opnieuw ter instemming wordt voorgelegd. Zo bouw je een automatisch review-moment in.

 

26. Wat is een preventiemedewerker en wat is zijn relatie met de OR?

De preventiemedewerker is een medewerker die de werkgever adviseert over arbeidsomstandighedenbeleid, inclusief PSA. Hij is betrokken bij de RI&E en het plan van aanpak. De OR heeft adviesrecht bij de keuze wie de preventiemedewerker is en welke taken die heeft. In kleine organisaties kan de werkgever zelf preventiemedewerker zijn. De preventiemedewerker is een nuttige informatiebron voor de OR: hij kent de dagelijkse risico's op de werkvloer.

WOR-grondslag: Art. 28 (in combinatie met Arbowet art. 13)

 

Strategisch advies: Bouw een structurele samenwerking op met de preventiemedewerker. Plan kwartaalgesprekken in waarin de OR en preventiemedewerker informatie uitwisselen over PSA-signalen en voortgang van maatregelen.

 

27. Hoe kan de OR PSA koppelen aan de AI-agenda?

AI en PSA zijn nauw verbonden. AI-systemen kunnen PSA vergroten door continue monitoring van medewerkers, algoritmische aansturing van tempo en productie en het verdwijnen van sociaal contact. Maar AI kan ook PSA verlichten door routinetaken te automatiseren. De OR kan als verbindende conditie stellen dat bij elk AI-implementatieproject een PSA-impactassessment wordt uitgevoerd: vergroot of verkleint dit systeem de psychosociale belasting van medewerkers?

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub l, art. 28

 

Strategisch advies: Maak een gecombineerde AI-PSA-toets onderdeel van het OR-beoordelingskader voor nieuwe technologie. Koppel dit aan de vijf criteria voor menswaardige AI-implementatie.

 

28. Wat doet de Inspectie SZW bij PSA-overtredingen?

De Inspectie SZW controleert de naleving van de Arbowet inclusief PSA-verplichtingen. Bij een inspectie of naar aanleiding van een klacht kan de inspecteur een eis tot naleving opleggen, een waarschuwing geven, een boete opleggen bij ernstige overtredingen of een last onder dwangsom opleggen bij herhaling. Medewerkers of de OR kunnen een klacht indienen bij de inspectie. De OR doet dit bij voorkeur na het doorlopen van de interne route.

WOR-grondslag: Art. 28 (bevordering naleving Arbowet)

 

Strategisch advies: Gebruik de mogelijkheid een klacht in te dienen bij de Inspectie SZW als pressiemiddel wanneer de bestuurder structureel weigert PSA-verplichtingen na te komen. Combineer dit altijd met een schriftelijk intern traject.

 

29. Hoe kan een gedragscode onderdeel worden van het onboardingprogramma?

De gedragscode is alleen effectief als nieuwe medewerkers er vanaf dag één mee bekend zijn. De OR kan als onderdeel van het instemmingsbesluit eisen dat de gedragscode een verplicht onderdeel wordt van het onboardingprogramma: nieuwe medewerkers ontvangen de code, tekenen een verklaring dat ze hem hebben gelezen en volgen een korte introductiesessie over de meldroutes. Dit geldt ook voor ingehuurde krachten en uitzendkrachten die langdurig in de organisatie werkzaam zijn.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub d en e

 

Strategisch advies: Vraag bij de eerstvolgende evaluatie van het onboardingprogramma of de gedragscode erin is opgenomen. Zo zorgt de OR dat PSA-beleid niet alleen op papier staat maar ook in de praktijk wordt geleefd.

 

30. Wat is agressie van derden en valt dat ook onder de PSA-gedragscode?

Ja. Agressie van externe partijen zoals klanten, patiënten, burgers of leerlingen is een van de meest voorkomende PSA-risico's in de publieke sector, zorg, onderwijs en retail. De Arbowet verplicht werkgevers ook deze vorm van PSA te adresseren in het arbobeleid. Een gedragscode kan expliciet bepalen hoe medewerkers dienen te handelen bij agressie van derden en welke ondersteuning ze krijgen. Werkgevers in de zorg en bij de overheid hebben een bijzondere verantwoordelijkheid.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub d, art. 28

 

Strategisch advies: Eis dat een gedragscode een apart protocol bevat voor agressie van derden, met specifieke aandacht voor medewerkers in risicovolle functies zoals zorg, balie en inspectie. LET OP: Agressie van derden mag nooit worden geaccepteerd als bijkomend risico van het vak.

 

31. Hoe kan de OR pleiten voor een intern meldpunt ongewenst gedrag?

Een intern meldpunt biedt medewerkers een laagdrempelige manier om ongewenst gedrag te melden zonder direct een formele klacht in te dienen. Het meldpunt (beheert door de vertrouwenspersoon) registreert anonieme of openbare signalen, kan trends bijhouden en de OR en bestuurder periodiek informeren. De OR kan als onderdeel van de instemmingsprocedure voor de gedragscode eisen dat een dergelijk meldpunt wordt ingesteld, met duidelijke afspraken over anonimiteit, terugkoppeling en gebruik van de data.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub d

 

Strategisch advies: Pleit voor een digitaal meldpunt dat laagdrempelig, veilig en anoniem is. Laat de OR jaarlijks de geanonimiseerde meldingsdata ontvangen om trends en hotspots in de organisatie te identificeren.

 

32. Wat is de rol van de OR bij het plan van aanpak PSA?

Het plan van aanpak is het concrete actieprogramma dat voortkomt uit de RI&E. De OR heeft instemmingsrecht op dit plan. Voor het PSA-deel kan de OR eisen: concrete maatregelen met duidelijke deadlines, een benoemde verantwoordelijke per maatregel, een budget voor uitvoering en een evaluatiemoment waarbij de OR de voortgang beoordeelt. Een plan van aanpak zonder deadlines en budgetten is een wens, geen beleid.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub e

 

Strategisch advies: Eis bij elk instemmingsbesluit over het plan van aanpak dat het een SMART-format heeft: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden. Evalueer de voortgang elk kwartaal in de overlegvergadering.

 

33. Hoe kan de OR werkdrukonderzoek afdwingen?

De OR kan werkdrukonderzoek niet zelfstandig afdwingen als de werkgever weigert, maar heeft meerdere indirecte middelen. Hij kan instemming weigeren voor een onvolledige RI&E totdat werkdruk adequaat is gemeten. Hij kan een externe arbodeskundige inschakelen om alsnog onderzoek te doen. Hij kan bij de Inspectie SZW een melding doen als de RI&E verouderd is. En hij kan in de overlegvergadering een formeel voorstel doen op grond van artikel 23 en 28 WOR.

WOR-grondslag: Art. 16, art. 23, art. 27 lid 1 sub e

 

Strategisch advies: Koppel het afdwingen van werkdrukonderzoek aan concrete data: hoog verzuim, exitgesprekken die werkdruk noemen of anonieme signalen van de achterban. Feiten maken het verzoek voor de bestuurder moeilijker te negeren.

 

34. Wat is de relatie tussen PSA en artikel 28 WOR?

Artikel 28 WOR geeft de OR een actieve, initiërende taak om arbeidsomstandighedenbeleid te bevorderen.. De OR moet zelf initiatieven nemen als hij signalen heeft dat de arbeidsomstandigheid niet op orde zijn. Voor PSA betekent dit: de OR wacht niet op een verzoek van de bestuurder maar signaleert, adviseert en stelt eisen. Artikel 28 is de juridische basis voor OR-initiatieven op PSA ook als de bestuurder er niet zelf mee komt.

WOR-grondslag: Art. 28

 

Strategisch advies: Gebruik artikel 28 als grondslag voor OR-initiatieven op het gebied van PSA: een brief aan de bestuurder, een voorstel voor een PSA-actieplan of een verzoek om de RI&E te actualiseren. Wacht niet op een formeel instemmingsverzoek.

 

35. Hoe kan de OR optreden bij een ernstig PSA-incident?

Bij een ernstig PSA-incident zoals een melding van seksuele intimidatie door een leidinggevende of een ernstig geval van pesten, heeft de OR een signalerende en bewakende rol. De OR behandelt geen individuele klachten maar kan wel aan de bestuurder vragen hoe het incident is afgehandeld, of de procedure is gevolgd en welke maatregelen zijn genomen om herhaling te voorkomen. Bij structurele problemen of als de bestuurder niet adequaat reageert, kan de OR een extern onderzoek eisen.

WOR-grondslag: Art. 16, art. 28

 

Strategisch advies: Maak met de bestuurder vooraf afspraken over hoe ernstige PSA-incidenten geanonimiseerd aan de OR worden gemeld. Zo staat de OR niet voor verrassingen en kan hij zijn toezichtsrol waarmaken.

 

36. Wat is de rol van de bedrijfsarts bij signalering van PSA-trends?

De bedrijfsarts heeft een wettelijke plicht om bevindingen die verband houden met arbeidsomstandighedenrisico's geanonimiseerd terug te rapporteren aan de werkgever. Als veel medewerkers zich melden met vergelijkbare PSA-klachten, is de bedrijfsarts verplicht dit te signaleren. De OR kan vragen of de bedrijfsarts jaarlijks een geanonimiseerde PSA-trendrapportage geeft aan de OR. Hiervoor is toestemming van de werkgever nodig maar de OR kan dit als voorwaarde stellen bij het instemmen met de arbodienstverlening.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub d

 

Strategisch advies: Neem bij de beoordeling van de arbodienstverlening als vaste eis op dat de bedrijfsarts jaarlijks een geanonimiseerde PSA-trendrapportage aan de OR verstrekt.

 

37. Hoe werkt PSA specifiek in de zorgsector?

De zorgsector heeft structureel de hoogste PSA-risico's van alle sectoren: hoge werkdruk, emotioneel zwaar werk, agressie van patiënten, personeelstekorten en onregelmatige werktijden. OR-en in de zorg moeten specifiek letten op roosterdruk en personeelsbezetting, beleid rondom agressie van patiënten en bezoekers, het welzijn van nacht- en weekenddienst-medewerkers en de balans tussen administratieve last en directe zorgverlening. Een goede gedragscode in de zorg adresseert ook agressie van derden expliciet.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub b en d, art. 28

 

Strategisch advies: OR-en in de zorg: vraag een sectorspecifieke PSA-analyse op die de werkdruk per afdeling en per type dienst in kaart brengt. Generieke rapportages maskeren de echte hotspots.

 

38. Kan de OR een nulbeleid voor ongewenst gedrag afdwingen?

De OR kan in de instemmingsprocedure voor de gedragscode eisen dat de organisatie een nultolerantiebeleid voert: elk geval van ongewenst gedrag wordt onderzocht, er worden consequenties verbonden aan bewezen overtredingen en er wordt geen onderscheid gemaakt naar rang of functie van de dader. Nultolerantie is geen wettelijke verplichting maar wel de best practice. De OR kan dit als eis formuleren bij het instemmingsbesluit.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub d

 

Strategisch advies: Formuleer in het instemmingsbesluit: de organisatie hanteert een nultolerantiebeleid voor alle vormen van ongewenst gedrag, ongeacht de functie van de betrokkene, en koppelt aan elke bewezen overtreding een sanctie conform het sanctiereglement.

 

39. Hoe zit het met de meldingsplicht voor leidinggevenden bij PSA?

De wet legt de primaire verantwoordelijkheid voor PSA-preventie bij de werkgever, maar in de praktijk zijn leidinggevenden de eersten die signalen opvangen. De gedragscode kan beschrijven wat leidinggevenden moeten doen als zij ongewenst gedrag signaleren of gemeld krijgen: melden bij HR, doorverwijzen naar de vertrouwenspersoon en een verslag bijhouden. De OR kan eisen dat de meldingsplicht voor leidinggevenden expliciet in de gedragscode wordt opgenomen met concrete consequenties bij nalaten.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub d

 

Strategisch advies: Laat de gedragscode een apart hoofdstuk bevatten voor de rol van leidinggevenden. Pleit voor een meldingsplicht en een jaarlijkse PSA-gespreksverplichting: elke leidinggevende voert een check-in gesprek met teamleden over werkdruk en werkbeleving.

 

40. Wat is de strategische koers van de OR op het thema PSA en sociale veiligheid?

De strategische koers is: van reactief klachtenafhandelen naar proactief cultuurbeleid. De OR die alleen wacht op meldingen en incidenten speelt altijd in op de actualiteit. De OR die structurele PSA-preventiemaatregelen afdwingt, een veilige meldcultuur bevordert en jaarlijks de effectiviteit bewaakt, verandert de organisatiecultuur. De gedragscode is het startpunt, niet het eindpunt. Combineer de gedragscode met een werkdrukaanpak, leiderschapsontwikkeling en een jaarlijkse cultuurmeting.

WOR-grondslag: Art. 28

 

Strategisch advies: Stel als OR een meerjarenagenda voor sociale veiligheid op: jaar 1 gedragscode en vertrouwenspersoon, jaar 2 leiderschapstraining en meldcultuurmeting, jaar 3 evaluatie en bijstelling. Laat zien dat de OR een langetermijnvisie heeft op een gezonde werkplek. 

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit. Autem dolore, alias, numquam enim ab voluptate id quam harum ducimus cupiditate similique quisquam et deserunt, recusandae.

Inhoudsopgave artikel

8.4

Score voor HBU Training en advies… na 31 ervaringen.

  • "Deze trainer heeft veel ervaring en kennis, kan goed peilen waar de behoefte van de groep ligt en zorgt ervoor dat je als team echt een stapje verder komt met een cursus die zowel leerzaam als leuk is."
  • "Positieve training. Theorie waar nodig. Discussie waar mogelijk en oefening waar gewenst met ruimte voor eigen initiatief. Voor onze medezeggenschap is een concreet resultaat dat we ons beter willen profileren m.b.v. agile werken. De basis daarvoor is gelegd tijdens training."
  • "Uitwisseling met OR van andere bedrijfstakken. Aanpak, ideeën. Vooral praktische insteek en het voor houden van spiegel zorgt ook voor andere kijk op je eigen werk en aanpak. Dat werkt erg prettig. "
  • "Leuke inspirerende training met weer een andere kijk op het voeren van dagelijks bestuur. Ondanks de jaren lange ervaring in de medezeggenschap, heb ik weer voldoende geleerd en bagage meegekregen om onze mensen te inspireren en mee te bewegen."
  • "Goede training van een trainer die op een plezierige manier gaat voor resultaat. Het prettige is dat hij je bij de les houdt, zorgt voor zinnige discussies en niet schroomt om in te grijpen als te veel van de koers wordt afgeweken."
  • "leerzaam, zinvol, to the point, goed ingaan op dagelijkse omstandigheden, fijn om afwisseling te hebben door middel van korte pauzes waardoor de aandacht er goed bij gehouden kon worden. Ook fijn dat er op z'n tijd een grapje gemaakt wordt. Deskundig persoon"
  • "Heldere uitleg, vriendelijk en geduldig persoon, goede methodes om zaken duidelijk te maken. Structuur en overzicht kan beter, niet altijd duidelijk waar we mee bezig waren of wat we gingen doen."
  • "Goed is dat hij rekening houdt van de wensen van de mensen .En zelfs tijdens de cursus gewoon kan afwijken van het programma . Fijne Trainer verheug me op de volgende cursus "
  • "Heb helaas maar een deel van de cursus meegemaakt, maar wel de essentie begrepen: adviseren doe je zo vroeg mogelijk! De trainer heeft niet alleen heldere sheets, maar laat je de boodschap ook zelf ervaren. "
  • "goed theoretisch kader aangeboden met goede vertaling naar praktisch handelen en goede praktijk oefeningen. Er hadden iets meer persoonlijke terugkoppelingen gegeven kunnen worden het begin was iets aftastend en onduidelijk tweede deel vond ik erg goed "
Deel je ervaring

Contactinformatie

  • HBU Training en Advies

  • Karel Doormanlaan 187

  • 3572 NV Utrecht

  • KvK nummer: 64897710

  • BTW nummer: NL176472538B01

© 2026 HBU Training en Advies

WhatsApp Contact
WhatsApp Bericht mij op Whatsapp

Stel je vraag aan Hielke HBU OR Expert