Kennisbank

Smartmoves voor de Ondernemingsraad
OR COR Tips en Tricks
Leiderschap
Ondernemingsraad Wet op de ondernemingsraden

FAQ - AI en de rol van de OR

Kunstmatige intelligentie is het meest besproken thema in de Nederlandse OR-wereld van 2026. De EU AI Act, de August-deadline, de AI-geletterdheidsplicht en de vraag hoe de menselijkheid van werk wordt geborgd staan centraal. Deze veertig vragen geven de OR een praktisch en juridisch fundament om zijn positie bij AI-vraagstukken te bepalen.

 

1. Heeft de OR instemmingsrecht bij de invoering van AI-systemen?

Ja, in veel gevallen. Het instemmingsrecht geldt primair op grond van artikel 27 lid 1 sub l WOR wanneer een AI-systeem persoonsgegevens van medewerkers verwerkt of hen monitort. Denk aan tools voor prestatiemeting, roosterplanning op basis van gedragsdata of digitale surveillance. Artikel 27 lid 1 sub k WOR geldt bij AI-systemen voor beoordeling of selectie van medewerkers.
Bij grotere strategische beslissingen waarbij AI een rol speelt, zoals reorganisaties of outsourcing van functies, geldt het adviesrecht van artikel 25 WOR. De OR doet er verstandig aan vroeg in een AI-project kenbaar te maken welke voorwaarden er zijn al ruim voor de implementatie. In tweede instantie kunnen
  rechten van toepassing zijn en de advies- en instemmingsprocedure aangeven.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub k en l, art. 25

 

Strategisch advies: Wacht niet tot een AI-systeem al is ingevoerd. Vraag de bestuurder proactief om een overzicht van alle AI-systemen die in gebruik zijn of worden overwogen. Positioneer de OR als conditiesteller die voorwaarden stelt voordat een systeem wordt ingevoerd.

 

2. Welke WOR-artikelen zijn het meest relevant bij AI?

De belangrijkste artikelen zijn: artikel 27 lid 1 sub l (personeelsvolgsystemen en privacyrelevante systemen), artikel 27 lid 1 sub k (beoordelings- en selectiesystemen), artikel 25 (adviesrecht bij strategische besluiten zoals reorganisaties die door AI worden veroorzaakt), artikel 28 (bevordering van gelijke behandeling en arbeidsomstandigheden) en artikel 24 (overleg over de algemene gang van zaken en toekomstige ontwikkelingen). Bij AI-systemen die invloed hebben op arbeidsomstandigheden speelt ook de Arbowet een rol via artikel 28 WOR. De OR kan deze artikelen combineren om een breed recht te claimen.

WOR-grondslag: Art. 24, 25, 27 lid 1 sub k en l, 28

 

Strategisch advies: Maak een intern voorwaarden- en WOR-rechtenkader voor AI. Beschrijf per type AI-systeem welk voorwaarden en artikel van toepassing is. Zo staat de OR sterk in het gesprek met de achterban, de bestuurder en de juridische afdeling.

 

3. Wat is de EU AI Act en wat betekent die voor de OR?

De EU AI Act (Verordening EU 2024/1689) is de eerste bindende AI-wetgeving ter wereld. De wet deelt AI-systemen in naar risiconiveau: onaanvaardbaar, hoog-risico, beperkt risico en minimaal risico. Systemen in de categorie hoog-risico die worden ingezet op het werkterrein, zoals algoritmen voor werving, prestatiebeoordeling, taakverdeling of ontslag, vallen onder de striktste regels. Werkgevers die zulke systemen inzetten zijn zogeheten deployers (ook wel 'gebruiksverantwoordelijke' of 'implementeerder' genoemd) en hebben wettelijke verplichtingen. De OR heeft er direct belang bij dat deze verplichtingen worden nageleefd, omdat ze rechten van medewerkers beschermen. De AI Act versterkt de positie van de OR als toezichthouder op verantwoord AI-gebruik.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub l (in combinatie met EU AI Act art. 4, 26 en 29)

 

Strategisch advies: Vraag de bestuurder een AI-register aan te leggen en dat met de OR te delen. Gebruik de EU AI Act als extra argument naast de WOR om instemmingsrecht te claimen op hoog-risico AI-systemen.

 

4. Welke AI-systemen zijn hoog-risico voor de werkvloer?

Bijlage III van de EU AI Act noemt expliciet AI-systemen die worden ingezet voor werving en selectie van personeel, voor het beoordelen van prestaties, voor het monitoren van gedrag en het nemen van HR-beslissingen zoals bevordering, ontslag of taakverdeling. Denk aan automatische CV-screening, algoritmische prestatiebeoordeling, AI-gestuurde roosterplanning op basis van gedragsdata, voorspellende analyses voor verzuim of verloop en surveillancesystemen. Voor al deze systemen gelden zware verplichtingen voor de deployer, waaronder conformiteitsbeoordelingen, risicobeheerkaders en registratie in de EU-database.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub k en l

 

Strategisch advies: Maak een inventarisatie van alle HR-gerelateerde systemen en vraag de bestuurder of deze zijn beoordeeld op hoog-risico classificatie. Een niet-geregistreerd hoog-risico systeem is een directe overtreding van de EU AI Act.

 

5. Wat is de AI-geletterdheidsplicht en wat betekent die voor medewerkers?

Artikel 4 van de EU AI Act verplicht organisaties die AI inzetten te zorgen dat alle medewerkers die met AI werken of er beslissingen op baseren voldoende AI-geletterd zijn. Deze plicht geldt al sinds 2 februari 2025. AI-geletterdheid betekent dat medewerkers begrijpen wat een AI-systeem doet, hoe het tot conclusies komt, wat de beperkingen zijn en wanneer menselijk oordeel nodig is. De werkgever is verantwoordelijk voor het aanbieden van training. De OR heeft instemmingsrecht op opleidingsbeleid en kan eisen dat AI-geletterdheidsonderwijs zorgvuldig, toegankelijk en voor alle functiegroepen beschikbaar is.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub a

 

Strategisch advies: Vraag de bestuurder een plan van aanpak voor AI-geletterdheid te presenteren. Stel als OR de randvoorwaarden: geldt voor alle lagen van de organisatie, sluit aan op functieniveau en wordt periodiek geactualiseerd. In samenspraak met de OR.

 

6. Wat is een FRIA en wanneer is de OR daarbij betrokken?

Een FRIA (Fundamental Rights Impact Assessment) is een toets die deployers van hoog-risico AI-systemen onder de EU AI Act moeten uitvoeren. Daarin wordt beoordeeld welke grondrechten het systeem kan raken, zoals privacy, non-discriminatie, menselijke waardigheid en het recht op eerlijk werk. De FRIA is een logische aanvulling op de DPIA (Data Protection Impact Assessment) uit de AVG. Voor de OR is de FRIA relevant omdat die inzicht geeft in de risico's voor medewerkers. De OR kan in het kader van zijn instemmingsrecht vragen om de FRIA te mogen inzien voordat instemming wordt verleend.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub l

 

Strategisch advies: Neem een FRIA-eis op in het instemmingsbesluit. Formuleer als OR dat instemming pas wordt verleend nadat een FRIA is uitgevoerd en gedeeld, en dat de OR de uitkomsten kan beoordelen voordat het systeem in gebruik gaat. Maak ook afspraken over een doorontwikkeling van de applicatie en een nieuwe FRIA.

 

7. Kan de OR een AI-systeem tegenhouden?

Ja, indirect. De OR kan instemming weigeren voor een AI-systeem dat valt onder artikel 27 WOR. Zonder instemming mag de werkgever het systeem niet invoeren. Als de werkgever dat toch doet, kan de OR naar de kantonrechter stappen. Directe weigering werkt het sterkst wanneer de OR dit motiveert op grond van concrete bezwaren: het systeem monitort medewerkers zonder toereikende privacywaarborgen, er is geen FRIA uitgevoerd of de menselijke beslissende stem is onvoldoende geborgd. Weigering is een zwaar middel. In de meeste gevallen is voordat tot nietigheidsverklaring over te gaan onderhandelen over voorwaarden effectiever.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 4 en 5, art. 36

 

Strategisch advies: Gebruik weigering als uiterste middel maar communiceer altijd van tevoren welke condities instemming mogelijk maken. Zo positioneert de OR zich als constructieve partner, niet als blokkader.

 

8. Hoe verhoudt de EU AI Act zich tot de AVG?

De AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) en de EU AI Act vullen elkaar aan. De AVG beschermt persoonsgegevens en geeft medewerkers rechten als inzage, correctie en bezwaar. De EU AI Act voegt daar verplichtingen voor de ontwikkelaar en gebruiker van AI-systemen aan toe: transparantie, risicobeheer, registratie en menselijk toezicht. In de praktijk betekent dit dat een hoog-risico AI-systeem dat persoonsgegevens van medewerkers verwerkt tegelijkertijd aan beide wetgevingen moet voldoen. Voor de OR is de combinatie van AVG en AI Act een krachtig instrumentarium dat samen grondslag biedt voor instemmingsrecht, DPIA-verplichting en FRIA.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub l

 

Strategisch advies: Vraag bij elk AI-systeem de DPIA op die de privacy-officer al zou moeten hebben uitgevoerd. Koppel dit aan de FRIA-verplichting uit de AI Act. Als beide ontbreken, is de OR inhoudelijk én juridisch gerechtigd instemming te weigeren.

 

9. Wat is emotieherkenning en waarom is het op de werkvloer verboden?

Emotieherkenning is AI die aan de hand van gezichtsuitdrukkingen, stemtoon, lichaamshouding of fysiologische signalen probeert de emoties van mensen te meten. De EU AI Act verbiedt het gebruik van emotieherkenning op de werkplek en in het onderwijs, tenzij voor medische of veiligheidsdoeleinden. Dit verbod geldt al sinds 2 februari 2025. Voor de OR is dit relevant omdat werkgevers soms onbewust emotieherkenning inzetten via videoconferentie-tools, medewerkerstevredenheidsmonitors of HR-analysesoftware. De OR kan de bestuurder vragen welke software in gebruik is en of een van die tools emotieherkenning bevat.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub l

 

Strategisch advies: Vraag een inventarisatie op van alle digitale tools die worden gebruikt bij medewerkersgesprekken, teamvergaderingen en HR-processen. Controleer of een leverancier emotieherkenning aanbiedt, ook als die functie optioneel is. Neem deze check op in de RIE zodat je regelmatig beoordeeld (laat worden) of hierin wijzigingen zijn.

 

10. Wat is de AI-Prenup en hoe gebruikt de OR die?

De AI-Prenup is een canvas-instrument dat de invoering van AI in een organisatie vergelijkt met het aangaan van een relatie: net als bij een huwelijk wil je vooraf afspreken hoe je met moeilijke situaties omgaat. Het canvas bestaat uit zes fases en helpt OR, management en HR om gezamenlijk afspraken te maken over welke AI-systemen worden ingezet, hoe vrijgekomen tijd ten goede komt aan medewerkers, wie de beslissende stem heeft, hoe succes wordt gemeten in menselijke termen en wanneer een systeem wordt stopgezet. De AI-Prenup is een praktisch instrument voor het instemmingsproces en voor het OR-overleg over AI-beleid.

WOR-grondslag: Art. 27, art. 28

 

Strategisch advies: Gebruik de AI-Prenup als gespreksagenda bij het overleg met de bestuurder over AI-beleid. Maak de gemaakte afspraken onderdeel van het instemmingsbesluit, zodat ze juridisch afdwingbaar zijn.

 

11. Wanneer heeft de OR adviesrecht bij AI-gerelateerde besluiten?

Naast instemmingsrecht heeft de OR ook adviesrecht op grond van artikel 25 WOR bij strategische besluiten die verband houden met AI. Denk aan: het outsourcen van functies die door AI worden overgenomen, het sluiten van een vestiging omdat AI-automatisering mensen overbodig maakt, grote investeringen in AI-technologie die de organisatiestructuur veranderen en samenwerkingen met externe AI-leveranciers die een langdurig effect hebben op werkgelegenheid. Het advies moet worden gevraagd op een moment dat het nog wezenlijk kan worden meegenomen in de besluitvorming.

WOR-grondslag: Art. 25 lid 1 sub a, b, c, d en e

 

Strategisch advies: Zorg dat de OR tijdig betrokken wordt bij AI-gerelateerde strategische besluiten. Spreek met de bestuurder af dat elk besluit waarbij AI-implementatie leidt tot functieverlies of structuurwijziging op grond van artikel 25 aan de OR wordt voorgelegd.

 

12. Wat moet een organisatiebreed AI-beleid minimaal bevatten?

Een goed AI-beleid bevat minstens: een overzicht van alle AI-systemen die worden ingezet (AI-register), een risicoclassificatie per systeem, afspraken over menselijk toezicht en beslissende stem, een beschrijving van de rechten van medewerkers bij geautomatiseerde beslissingen, een meldprocedure voor AI-incidenten, een plan voor AI-geletterdheid voor alle medewerkers en een evaluatietermijn waarop het beleid wordt herzien. De OR heeft instemmingsrecht op dit beleid voor zover het betrekking heeft op persoonsregistratie, beoordeling en personeelsvolging.

WOR-grondslag: Art. 25 (div.) en 27 lid 1 sub a, k en l

 

Strategisch advies: Stel als OR een minimumeisen-lijst op voor het AI-beleid en presenteer die aan de bestuurder als basisvoorwaarden voor Advies en of instemming. Zorg dat evaluatie en bijstelling op vaste momenten in het overleg terugkomt.

 

13. Kan de OR inzage eisen in AI-systemen die al in gebruik zijn?

Ja. Op grond van artikel 31 WOR heeft de OR recht op alle informatie die nodig is voor de uitoefening van zijn taak. Als een AI-systeem van invloed is op arbeidsomstandigheden, personeelsbeleid of de organisatiestructuur, kan de OR de bestuurder vragen inzage te geven in de werking van het systeem, de data die wordt verwerkt, de beslissingen die het systeem neemt of ondersteunt en de privacydocumentatie. Als eerder geen instemmingsprocedure is gevolgd, kan de OR alsnog eisen dat dit plaatsvindt, of de kantonrechter vragen het systeem buiten gebruik te stellen.

WOR-grondslag: Art. 31, art. 27 lid 4 en 5

 

Strategisch advies: Zet een OR-audit op van alle systemen die de afgelopen drie jaar zijn ingevoerd. Check welke een instemmingsprocedure hadden moeten doorlopen. Dit geeft zicht op witte vlekken en versterkt de positie van de OR in toekomstige onderhandelingen.

 

14. Hoe beschermt de OR de menselijkheid van werk bij AI-implementatie?

De OR kan vijf concrete condities stellen voordat instemming wordt verleend: (1) vrijgekomen tijd door automatisering komt ten goede aan medewerkers, niet alleen aan productiviteitsdoelstellingen; (2) succes wordt gemeten in menselijke termen zoals werkplezier, leermogelijkheden en autonomie; (3) de medewerker behoudt altijd de beslissende stem bij AI-ondersteunde beslissingen; (4) de instapladder voor de loopbaan blijft intact; (5) er is een vooraf afgesproken interventiegrens waarbij de OR kan eisen dat een systeem wordt aangepast of gestopt.

WOR-grondslag: Art. 27, art. 28

 

Strategisch advies: Laat deze vijf criteria terugkomen in elk instemmingsbesluit over AI. Formuleer ze als positieve condities, niet als verboden. Dat maakt de OR tot een constructieve partner die richting geeft aan verantwoorde AI-implementatie.

 

15. Hoe zit het met algoritmische personeelsbeoordeling?

Als een werkgever een AI-systeem inzet dat prestaties van medewerkers beoordeelt of rangschikt op basis van data, valt dit onder artikel 27 lid 1 sub k WOR. De OR heeft instemmingsrecht. Bovendien geeft de EU AI Act medewerkers het recht op uitleg over geautomatiseerde beslissingen die hen betreffen, en het recht op menselijk toezicht. Algoritmische beoordeling die leidt tot beloningsverschillen, promoties of ontslag zonder menselijke tussenkomst is een schending van zowel WOR als AVG als EU AI Act. De OR kan dit aanvechten.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub k

 

Strategisch advies: Eis als OR dat bij elk AI-beoordelingssysteem altijd een menselijke leidinggevende het definitieve oordeel velt en dat medewerkers recht hebben op een toelichting in begrijpelijke taal.

 

16. Wat is de WEVAI en waarom is die relevant voor de OR?

De WEVAI (Wet Eerlijke Verdeling AI-Voordelen) is een conceptwetsvoorstel dat de productiviteitswinst die AI genereert eerlijk wil verdelen tussen werkgever en werknemers. De kern: als AI arbeid vervangt of efficiënter maakt, moeten medewerkers meeprofiteren via kortere werktijden, hogere beloning of betere arbeidsomstandigheden. Voor de OR is de WEVAI een inhoudelijk kader om onderhandelingen met de bestuurder te voeren over AI en arbeidsvoorwaarden. De WEVAI is nog geen vastgestelde wet maar de ideeën erachter zijn bruikbaar als argumentatie in overlegvergaderingen en instemmingsprocedures.

WOR-grondslag: Art. 27, art. 28

 

Strategisch advies: Gebruik het WEVAI-concept als gespreksopener bij de bestuurder over de verdeling van AI-baten. Stel de vraag: wie profiteert van de tijdwinst die AI oplevert? Zorg dat dit expliciet onderdeel wordt van de AI-voorwaarden en AI-afspraken.

 

17. Hoe zit het met AI in werving en selectie?

AI-systemen voor werving en selectie, zoals automatische CV-screening of rangschikkingsalgoritmen, vallen uitdrukkelijk onder de hoog-risico categorie van de EU AI Act. De werkgever moet een conformiteitsbeoordeling uitvoeren, het systeem registreren en zorgen voor menselijk toezicht. De OR heeft instemmingsrecht op het aannamebeleid en kan voorwaarden stellen aan het gebruik van AI hierbij. Risico's zijn discriminatie van bepaalde groepen door getrainde bias in het algoritme, uitsluiting van mensen zonder digitale sporen en het verdwijnen van de menselijke beoordeling in het sollicitatieproces.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub e

 

Strategisch advies: Eis dat bij elk AI-selectiesysteem een jaarlijkse biasaudit wordt uitgevoerd en dat de OR de resultaten ontvangt. Stel als voorwaarde dat een menselijke HR-professional altijd de eindverantwoordelijkheid draagt voor selectiebeslissingen.

 

18. Hoe kan de OR invloed uitoefenen op het AI-beleid van de organisatie?

De OR heeft meerdere instrumenten: instemmingsrecht bij specifieke AI-toepassingen die personeels-data verwerken of medewerkers beoordelen; adviesrecht bij strategische besluiten die door AI worden aangedreven; het initiatiefrecht om zelf voorstellen te doen over AI-beleid; het recht op informatie en overleg over de algemene gang van zaken (artikel 24); en het recht externe deskundigen in te schakelen bij AI-vraagstukken. Combineer deze instrumenten en gebruik ze in de juiste volgorde: begin met informatieverzameling, dan jullie eigen voorlopige mening, dan overleg, dan instemming of advies.

WOR-grondslag: Art. 23, 24, 25, 27, 28, 31

 

Strategisch advies: Ontwikkel een OR-AI-agenda voor het komende jaar. Plan drie overlegmomenten met de bestuurder specifiek over AI: een informatieve sessie, een beleidsoverleg en een evaluatiemoment. Zo wordt AI een structureel thema in de medezeggenschap.

 

19. Heeft de OR recht op een AI-register?

Artikel 31 WOR geeft de OR recht op alle informatie die nodig is voor zijn taakvervulling. Een AI-register is een overzicht van alle AI-systemen die in de organisatie worden ingezet, inclusief doel, risicoklasse en gegevensverwerking. Dit valt direct onder het informatierecht als AI van invloed is op arbeidsomstandigheden of personeelsbeleid. De EU AI Act verplicht werkgevers die hoog-risico AI-systemen inzetten tot registratie in een EU-database. De OR kan eisen dat ook intern een register wordt bijgehouden en dat dit met de OR wordt gedeeld.

WOR-grondslag: Art. 31

 

Strategisch advies: Vraag de bestuurder in de eerstvolgende overlegvergadering om een intern AI-register en plan een moment in om dit jaarlijks samen door te nemen. Een goed bijgehouden register is het vertrekpunt voor toezicht en vertrouwen (stap 5 van het Oneindig veel invloed-stappenplan).

 

20. Hoe zit het met AI en privacy op de werkvloer?

Persoonsgerichte AI-systemen op de werkplek, zoals software die toetsaanslagen, muisklikken, camerabeelden of locatiedata van medewerkers registreert, zijn personeelsvolgsystemen in de zin van artikel 27 lid 1 sub l WOR. De OR heeft instemmingsrecht. Tegelijkertijd verplicht de AVG de werkgever tot een DPIA als er sprake is van grootschalige of systematische monitoring van medewerkers. De werkgever mag medewerkers alleen monitoren als er een legitieme reden is, de monitoring proportioneel is en medewerkers hierover zijn geïnformeerd.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub l

 

Strategisch advies: Stel een intern toetsingskader op voor monitoring: wanneer is monitoring acceptabel, welke data wordt hoe lang bewaard, wie heeft toegang en wat zijn de rechten van medewerkers? Laat dit kader onderdeel worden van het AI-beleid.

 

21. Wat doet de OR als de werkgever AI heeft ingevoerd zonder instemming?

Als een werkgever een instemmingsplichtig AI-systeem heeft ingevoerd zonder de OR te raadplegen, heeft de OR twee opties. Eerste optie: de OR vraagt de bestuurder alsnog de instemmingsprocedure te doorlopen en het systeem tijdelijk stil te leggen. Tweede optie: de OR stapt naar de kantonrechter op grond van artikel 36 WOR en vraagt een verbod op het gebruik van het systeem zolang de procedure niet is gevolgd. In beide gevallen is het belangrijk dat de OR dit schriftelijk en formeel aankaart via een officiële brief aan de bestuurder.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 4 en 5, art. 36

 

Strategisch advies: Handel snel maar zorgvuldig. Documenteer alles. Stuur binnen vijf werkdagen na ontdekking een formele brief. Raadpleeg een medezeggenschapsadvocaat als de bestuurder niet reageert. Uitstel verzwakt de juridische positie.

 

22. Hoe stelt de OR een OR-standpunt over AI op?

Een goed OR-standpunt over AI bevat vier elementen: een principe-uitspraak over de menselijkheid van werk als voorwaarde voor AI-gebruik; een beschrijving van de vijf criteria waaraan een AI-systeem moet voldoen voordat de OR instemming verleent; een eis om een AI-register en een jaarlijkse evaluatie; en een aankondiging dat de OR alle nieuwe AI-systemen zal beoordelen op instemmingsplichtigheid. Het standpunt moet worden vastgesteld in de OR-vergadering en schriftelijk worden gecommuniceerd aan de bestuurder.

WOR-grondslag: Art. 2 (taak OR), art. 27

 

Strategisch advies: Toets en publiceer het OR-standpunt ook richting de achterban via het intranet of een nieuwsbrief. Medewerkers die weten dat de OR AI actief toets en monitort zijn beter in staat meldingen te doen en de OR te versterken.

 

23. Kan de OR externe deskundigen inschakelen bij AI?

Ja, artikel 16 WOR geeft de OR het recht externe deskundigen in te schakelen, op kosten van de werkgever, als dat redelijkerwijs nodig is voor de vervulling van zijn taak. AI is een technisch complex onderwerp en een externe AI-adviseur, jurist of privacyspecialist kan de OR helpen bij de beoordeling van een AI-systeem of een instemmingsverzoek. De OR moet de inschakeling schriftelijk onderbouwen. Dit recht is bijzonder waardevol bij de eerste grote AI-implementatie, zodat er een precedent wordt gecreëerd.

WOR-grondslag: Art. 16

 

Strategisch advies: Bouw een netwerk op van externe deskundigen die de OR snel kunnen ondersteunen bij AI-vraagstukken. Maak de kosten transparant en leg ze neer als onderdeel van het OR-faciliteitenbeleid.

 

24. Hoe werkt het instemmingsrecht bij AI in personeelsvolgsystemen?

Artikel 27 lid 1 sub l WOR verplicht de werkgever instemming te vragen voor elke regeling over de verwerking van persoonsgegevens van medewerkers. AI-systemen die gegevens van medewerkers bijhouden, zoals aanwezigheid, productiviteit, communicatiegedrag of bewegingen, zijn personeelsvolgsystemen. Het maakt niet uit of de registratie een bijproduct is van een ander systeem: als medewerker-data wordt opgeslagen en gebruikt, is er sprake van een regeling in de zin van artikel 27. De OR mag de instemming verbinden aan strikte voorwaarden zoals bewaarlimieten en toegangsbeperkingen.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub l

 

Strategisch advies: Formuleer bij elke instemming met een AI-personeelssysteem minstens vier voorwaarden: maximale bewaartermijn voor data, beperkt aantal personen met toegang, recht van medewerkers op inzage in hun eigen data en jaarlijkse evaluatie.

 

25. Wat zijn de sancties voor een organisatie die de EU AI Act overtreedt?

Boetes voor overtredingen van de EU AI Act kunnen oplopen tot 35 miljoen euro of 7 procent van de wereldwijde jaaromzet, afhankelijk van de ernst. Het gebruik van verboden AI-systemen zoals sociale scoring of emotieherkenning op de werkvloer leidt tot de zwaarste sancties. Het niet naleven van hoog-risico verplichtingen kan resulteren in boetes tot 15 miljoen euro of 3 procent van de omzet. Handhaving vindt in Nederland naar verwachting plaats door de Autoriteit Persoonsgegevens in combinatie met andere toezichthouders. De OR kan een melding doen bij de toezichthouder als de werkgever de AI Act overtreedt.

WOR-grondslag: Art. 28 (bevordering naleving wetgeving)

 

Strategisch advies: Gebruik de sanctiedreigingen niet als argument in gesprek met de bestuurder en raad van commissarissen. Compliance met de EU AI Act is een organisatierisico, geen IT-kwestie. De OR heeft er belang bij dat het management dit serieus neemt maar moet niet op de stoel van de leiding gaan zitten.

 

26. Wat is de rol van de OR bij AI in de zorg?

In de zorg worden AI-systemen ingezet voor diagnose-ondersteuning, roostering, risicostratificatie van patiënten en belastingmeting van zorgmedewerkers. Veel van deze systemen zijn hoog-risico in de zin van de EU AI Act. De OR in de zorg heeft dezelfde rechten als elders maar speelt ook een specifieke rol bij de arbeidsomstandighedenagenda: hoe beïnvloedt AI de werkdruk van zorgmedewerkers? Neemt het systeem taken over die zinvol zijn voor de professional, of juist administratieve rompslomp? Is de medewerker nog in staat tot echte zorgrelaties?

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub k en l, art. 28

 

Strategisch advies: Zorg als OR in de zorg dat AI-besluiten niet alleen worden beoordeeld op efficiëntiewinst maar ook op werkbeleving. Maak afspraken over een jaarlijks werkbelevingsmonitor die specifiek ingaat op de impact van AI op het werk van zorgmedewerkers.

 

27. Hoe beschermt de OR de loopbaanladder bij AI-automatisering?

Een van de risico's van AI-automatisering is dat instapfuncties verdwijnen. Een algoritme vervangt de junior medewerker, maar die junior had ook een leerfunctie voor de organisatie. De OR kan als conditie bij AI-implementatie eisen dat de organisatie een loopbaanperspectief beschrijft voor functies die door AI worden geraakt: hoe worden medewerkers omgeschoold, wat is het nieuwe loopbaanpad en wie draagt de kosten voor omscholing? Artikel 28 WOR biedt een basis voor de OR om arbeidsomstandighedenbeleid bij AI te beïnvloeden.

WOR-grondslag: Art. 28, art. 25 sub g

 

Strategisch advies: Spreek af dat bij elke AI-implementatie een impactanalyse op werkgelegenheid en loopbaanontwikkeling voorafgaand gemaakt wordt. Stel als OR het behoud van instapfuncties als expliciete conditie in het instemmingsbesluit.

 

28. Wat is een conformiteitsbeoordeling en wat betekent die voor de OR?

Een conformiteitsbeoordeling is de procedure die een aanbieder of deployer van een hoog-risico AI-systeem moet doorlopen om aan te tonen dat het systeem voldoet aan de eisen van de EU AI Act. Die eisen betreffen onder andere risicobeheer, datakwaliteit, transparantie, menselijk toezicht en robuustheid. Voor de werkgever als deployer geldt een verplichting om te controleren of het AI-systeem dat ze afnemen bij een leverancier al gecertificeerd is. De OR kan vragen om de conformiteitsverklaring van elk hoog-risico AI-systeem dat in de organisatie wordt ingezet.

WOR-grondslag: Art. 31 (informatierecht)

 

Strategisch advies: Maak inzage in de conformiteitsverklaring een standaard eis bij elk nieuw AI-systeem. Als een leverancier die niet kan overleggen, is dat een rode vlag die de OR kan gebruiken als grond voor het weigeren van instemming.

 

29. Hoe zit het met AI en zeggenschap over roosters en planning?

AI-gestuurde roosterplanning is een van de meest directe vormen van AI-impact op de dagelijkse werksituatie. Als een AI-systeem roosters genereert op basis van data over productiviteit, aanwezigheid of persoonlijke kenmerken, is er sprake van een personeelsvolgsysteem en van een regeling over werktijden. Beide vallen onder het instemmingsrecht van de OR. De OR kan eisen dat medewerkers altijd een recht op bezwaar hebben tegen een door AI gegenereerd rooster en dat een menselijke leidinggevende het definitieve besluit neemt.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub b en l

 

Strategisch advies: Eis in het instemmingsbesluit een expliciete bezwaarprocedure voor medewerkers bij AI-roosters. Toets jaarlijks of medewerkers in de praktijk ook daadwerkelijk bezwaar durven te maken.

 

30. Wat is de deadline van 2 augustus 2026 en wat verandert er concreet?

Op 2 augustus 2026 worden de verplichtingen voor zelfstandige hoog-risico AI-systemen (Bijlage III EU AI Act) formeel van kracht. Op 7 mei 2026 is een voorlopig akkoord bereikt over de Digital Omnibus dat de hoog-risico deadline mogelijk verschuift naar december 2027. Totdat dit akkoord formeel is gepubliceerd in het EU-publicatieblad blijven de oorspronkelijke deadlines juridisch van kracht. Transparantieverplichtingen en het verbod op onaanvaardbare AI (emotieherkenning op de werkvloer, sociale scoring) zijn al van kracht. De AI-geletterdheidsplicht geldt al per 2 februari 2025.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub l (in combinatie met EU AI Act art. 26)

 

Strategisch advies: Gebruik de augustusdeadline als aanleiding voor een overlegvergadering specifiek over AI-compliance. Vraag de bestuurder een statusrapport te presenteren over welke hoog-risico systemen de organisatie inzet en of die voldoen.

 

31. Heeft de OR recht op informatie over welke AI-systemen worden gebruikt?

Ja. Artikel 31 WOR geeft de OR een breed informatierecht over alles wat relevant is voor zijn taakvervulling. Als AI-systemen van invloed zijn op arbeidsomstandigheden, personeelsbeleid of de organisatiestructuur, is informatie daarover relevant. De OR kan een formeel verzoek indienen bij de bestuurder om een volledig overzicht van alle AI-systemen, inclusief doel, leverancier, risicoklasse, inzetdomein en gegevensverwerking. Een weigering is een schending van de WOR.

WOR-grondslag: Art. 31

 

Strategisch advies: Dien jaarlijks een formeel informatieverzoek in over de AI-systemen in de organisatie. Behandel dit als een standaard agendapunt van de OR, niet als eenmalige actie.

 

32. Hoe betrekt de OR de achterban bij AI-beleid?

De achterban is de belangrijkste bron van informatie voor de OR over de dagelijkse impact van AI. De OR kan een achterbanenquête houden over ervaringen met AI-systemen, een open spreekuur organiseren, een vaste rapportagelijn instellen voor meldingen over AI-gerelateerde problemen en informatie over AI-beleid actief communiceren via intranet of nieuwsbrieven. Artikel 17 WOR regelt de vergaderrechten met medewerkers. Een OR die de achterban actief betrekt bij AI-beslissingen staat sterker in het overleg met de bestuurder.

WOR-grondslag: Art. 17, art. 2

 

Strategisch advies: Stel een OR-werkgroep AI in met ook medewerkers uit de achterban die ervaringsdeskundigen zijn. Hun input versterkt de inhoudelijke positie van de OR en vergroot het draagvlak voor OR-standpunten.

 

33. Wat is de rol van de OR bij generatieve AI zoals ChatGPT?

Generatieve AI-tools als ChatGPT en Microsoft Copilot worden steeds meer gebruikt op de werkvloer. Als de werkgever het gebruik van generatieve AI structureel invoert of reguleert, is dat een regeling die de OR ter instemming moet worden voorgelegd als het gaat om het gebruik van persoonsgegevens of het monitoren van AI-gebruik door medewerkers. Beleidsregels over wat medewerkers wel en niet mogen invoeren in generatieve AI-tools raken aan privacybeleid en gedragsregels, ook instemmingsplichtig.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub d en l

 

Strategisch advies: Vraag de bestuurder een generatieve AI-gebruiksbeleid voor te leggen aan de OR. Stel als conditie dat medewerkers helder worden geïnformeerd over wat ze wel en niet mogen delen met externe AI-tools en dat er geen monitoring plaatsvindt van individueel AI-gebruik zonder instemming van de OR.

 

34. Kan de OR eisen dat een mens altijd de beslissende stem heeft bij AI?

Ja. Zowel de EU AI Act als de AVG bevatten het recht op menselijk toezicht bij geautomatiseerde beslissingen die significant effect hebben op individuen. De OR kan dit recht omzetten in concrete afspraken: elk AI-systeem dat een aanbeveling doet over een individuele medewerker, bij beoordeling, selectie, ontslag, rooster of beloning, moet worden gevolgd door een menselijke beslissing die gemotiveerd kan worden. De medewerker moet altijd bezwaar kunnen maken bij een menselijke leidinggevende.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub k en l

 

Strategisch advies: Neem als vaste clausule in elk instemmingsbesluit over AI op: de werkgever garandeert dat bij alle besluiten over individuele medewerkers een gekwalificeerde menselijke medewerker de definitieve beslissing neemt en dit op verzoek kan motiveren.

 

35. Hoe werkt de OR als conditiesteller voordat AI wordt ingevoerd?

De krachtigste positie van de OR bij AI is voor de invoering. Als de OR wacht tot een systeem al in gebruik is, staat hij op achterstand. Als conditiesteller stelt de OR vooraf de randvoorwaarden: welke principes gelden voor AI in onze organisatie, welke informatie verwachten we te ontvangen en welke criteria hanteren we bij de beoordeling? Dit kan worden vastgelegd in een OR-AI-beleidskader dat wordt aangeboden aan de bestuurder.

WOR-grondslag: Art. 24, art. 27

 

Strategisch advies: Stel een OR-AI-beleidskader op en presenteer dat proactief aan de bestuurder, niet als reactie op een concreet verzoek maar als initiatief. Zo positioneert de OR zich als strategische gesprekspartner die de koers mede bepaalt.

 

36. Wat is het verschil tussen transparantie- en hoog-risico-verplichtingen in de EU AI Act?

Transparantieverplichtingen gelden voor AI-systemen die contact hebben met mensen zonder dat die weten dat ze met AI praten (chatbots, deepfakes, AI-gegenereerde content). De verplichting is eenvoudig: meld dat het om AI gaat. Hoog-risico verplichtingen zijn zwaarder: conformiteitsbeoordeling, risicobeheer, registratie, menselijk toezicht en bewijs van AI-geletterdheid. Voor de OR zijn de hoog-risico verplichtingen het meest relevant omdat die betrekking hebben op HR-systemen. Transparantieverplichtingen zijn al per augustus 2026 van kracht.

WOR-grondslag: Art. 27 lid 1 sub l

 

Strategisch advies: Maak onderscheid in de OR-analyse tussen transparantieplichtige en hoog-risico systemen. Prioriteer de aandacht bij hoog-risico toepassingen die direct invloed hebben op medewerkers.

 

37. Hoe werkt de OR samen met de RvC of RvT bij AI-governance?

De OR heeft het recht zijn standpunten kenbaar te maken aan de RvC of RvT, met name bij grote strategische beslissingen. Als de RvC of RvT een rol speelt bij de goedkeuring van grote AI-investeringen, heeft de OR er belang bij zijn standpunt daar ook kenbaar te maken. Bij sommige organisaties heeft de OR het recht een commissaris voor te dragen. Een commissaris die is voorgedragen door de OR en die AI-governance serieus neemt, kan een waardevolle bondgenoot zijn.

WOR-grondslag: Art. 25, art. 27a

 

Strategisch advies: Stuur OR-standpunten over AI ook naar de RvC of RvT, niet alleen naar de bestuurder. Vraag de bestuurder toe te lichten hoe AI-risico's worden besproken in de raad van toezicht.

 

38. Wat kan de OR doen als medewerkers bang zijn voor AI?

Angst voor AI is een legitieme emotie die de OR serieus moet nemen. Artikel 28 WOR verplicht de OR te bevorderen dat arbeidsomstandighedenbeleid rekening houdt met het welzijn van medewerkers. De OR kan een open achterbanbijeenkomst organiseren waar medewerkers hun zorgen kunnen delen, de bestuurder vragen een communicatieplan op te stellen over AI-implementaties, eisen dat medewerkers worden betrokken bij de invoeringsfase en zorgen dat de OR zichtbaar aanwezig is als betrouwbare vertegenwoordiger in het AI-debat.

WOR-grondslag: Art. 28, art. 17

 

Strategisch advies: Organiseer jaarlijks een OR-achterbanbijeenkomst over AI waarbij medewerkers hun ervaringen en zorgen kunnen delen. Gebruik de uitkomsten als input voor het OR-overleg met de bestuurder.

 

39. Hoe zit het met AI en collectieve arbeidsovereenkomsten?

Een CAO bevat soms al afspraken over digitalisering of technologische verandering. De OR heeft geen bevoegdheid om CAO-onderhandelingen te voeren, dat is vakbondswerk. Maar de OR kan op ondernemingsniveau afspraken maken over AI die verder gaan dan de CAO, zolang die niet strijdig zijn met de CAO. In sectoren zonder sterke vakbondsorganisatie speelt de OR een grotere rol bij het beschermen van arbeidsrechtelijke belangen bij AI-implementaties.

WOR-grondslag: Art. 27 (eigen bevoegdheid OR, niet in strijd met CAO)

 

Strategisch advies: Bouw een werkrelatie op met de vakbonden die in de sector actief zijn. Wissel informatie uit over AI-ontwikkelingen in de organisatie. Zo versterken OR en vakbond elkaar zonder elkaars rol te doorkruisen.

 

40. Wat is de strategische rol van de OR bij AI op de lange termijn?

Op de lange termijn is de rol van de OR bij AI er een van permanent toezicht en conditionering. AI-systemen veranderen: ze worden bijgewerkt, uitgebreid en vervangen. De OR moet dit bijhouden. De strategische rol omvat: het bewaken van de vijf criteria voor menswaardige AI, het signaleren van nieuwe toepassingen die instemming vereisen, het evalueren van eerder gemaakte afspraken en het proactief meebewegen met nieuwe wetgeving. Een OR die AI alleen als incident behandelt, verliest grip.

WOR-grondslag: Art. 24

 

Strategisch advies: Neem AI op in het OR-jaarplan als permanent thema, niet als ad-hoc punt. Plan jaarlijks een strategisch overleg met de bestuurder specifiek over AI-ontwikkelingen en evalueer daarin de afspraken uit voorgaande instemmingsprocedures.

 

Dit document is samengesteld door HBU Training & Advies Ondernemingsraad op basis van de wet- en regelgeving en publicaties die beschikbaar waren per juni 2026. Bronnen: EU AI Act (Verordening EU 2024/1689), Arbowet artikel 5a (nieuw), EU-richtlijn Loontransparantie (2023/970), SER CBM-brief WOR-actualisering (april 2026), AVM Training, AIComplianceHub, Frankwatching, Secure Audit en SER.

 

Inhoudsopgave artikel

8.4

Score voor HBU Training en advies… na 31 ervaringen.

  • "Deze trainer heeft veel ervaring en kennis, kan goed peilen waar de behoefte van de groep ligt en zorgt ervoor dat je als team echt een stapje verder komt met een cursus die zowel leerzaam als leuk is."
  • "Positieve training. Theorie waar nodig. Discussie waar mogelijk en oefening waar gewenst met ruimte voor eigen initiatief. Voor onze medezeggenschap is een concreet resultaat dat we ons beter willen profileren m.b.v. agile werken. De basis daarvoor is gelegd tijdens training."
  • "Uitwisseling met OR van andere bedrijfstakken. Aanpak, ideeën. Vooral praktische insteek en het voor houden van spiegel zorgt ook voor andere kijk op je eigen werk en aanpak. Dat werkt erg prettig. "
  • "Leuke inspirerende training met weer een andere kijk op het voeren van dagelijks bestuur. Ondanks de jaren lange ervaring in de medezeggenschap, heb ik weer voldoende geleerd en bagage meegekregen om onze mensen te inspireren en mee te bewegen."
  • "Goede training van een trainer die op een plezierige manier gaat voor resultaat. Het prettige is dat hij je bij de les houdt, zorgt voor zinnige discussies en niet schroomt om in te grijpen als te veel van de koers wordt afgeweken."
  • "leerzaam, zinvol, to the point, goed ingaan op dagelijkse omstandigheden, fijn om afwisseling te hebben door middel van korte pauzes waardoor de aandacht er goed bij gehouden kon worden. Ook fijn dat er op z'n tijd een grapje gemaakt wordt. Deskundig persoon"
  • "Heldere uitleg, vriendelijk en geduldig persoon, goede methodes om zaken duidelijk te maken. Structuur en overzicht kan beter, niet altijd duidelijk waar we mee bezig waren of wat we gingen doen."
  • "Goed is dat hij rekening houdt van de wensen van de mensen .En zelfs tijdens de cursus gewoon kan afwijken van het programma . Fijne Trainer verheug me op de volgende cursus "
  • "Heb helaas maar een deel van de cursus meegemaakt, maar wel de essentie begrepen: adviseren doe je zo vroeg mogelijk! De trainer heeft niet alleen heldere sheets, maar laat je de boodschap ook zelf ervaren. "
  • "goed theoretisch kader aangeboden met goede vertaling naar praktisch handelen en goede praktijk oefeningen. Er hadden iets meer persoonlijke terugkoppelingen gegeven kunnen worden het begin was iets aftastend en onduidelijk tweede deel vond ik erg goed "
Deel je ervaring

Contactinformatie

  • HBU Training en Advies

  • Karel Doormanlaan 187

  • 3572 NV Utrecht

  • KvK nummer: 64897710

  • BTW nummer: NL176472538B01

© 2026 HBU Training en Advies

WhatsApp Contact
WhatsApp Bericht mij op Whatsapp

Stel je vraag aan Hielke HBU OR Expert