De machine werkt door. En wie bewaakt de mens

De machine werkt door. En wie bewaakt de mens?

AI belooft ons meer tijd. Nieuw onderzoek laat zien dat het tegenovergestelde waar is: medewerkers werken harder, langer en breder dan ooit. Dat is geen technisch probleem. Het is een organisatievraagstuk. En het vraagt om een menselijk antwoord.

Sneller, breder, meer, en toch uitgeput

Xingqi Maggie Ye, promovenda aan de UC Berkeley Haas School of Business, bracht acht maanden door op de werkvloer van een Amerikaans technologiebedrijf. Niet om te meten, maar om te begrijpen. Ze observeerde, sprak met mensen en liet patronen zich ontvouwen. Wat ze zag, was verrassend.

Medewerkers die toegang kregen tot generatieve AI-tools gingen sneller werken, pakten een bredere takenlast op en verlengden hun werkdag, zonder dat iemand hen daartoe vroeg. De technologie maakte hen capabeler, en dat vertaalde zich niet in vrijheid maar in meer werk. Taken die eerder buiten hun functie vielen, werden voortaan als vanzelf opgepakt. Pauzes verdwenen omdat er altijd iets liep op de achtergrond. En meerdere AI-agents tegelijk beheren werd de nieuwe norm.

In het moment voelde het als momentum. Terugkijkend beschreven dezelfde mensen zich als drukker, meer uitgerekt, minder in staat echt te stoppen.

Ye en haar co-auteur Aruna Ranganathan noemen dit verschijnsel werkintensivering. Het is niet hetzelfde als meer productiviteit. Het is de gevaarlijke zone waarin verhoogde output leidt tot hogere verwachtingen, die vervolgens nog meer uitbreiding afdwingen. Uiteindelijk neemt de kwaliteit van beslissingen af, stijgt het verzuim en loopt talent weg.

Menselijkheid verbindt ons

De bevindingen van Ye raken aan iets fundamenteels. Arbeid is nooit alleen een economische transactie geweest. Het is ook een sociaal ritueel, een bron van identiteit, een plek waar mensen zich met elkaar verbinden. Juist die dimensie staat onder druk wanneer AI het werkritme overneemt.

Medewerkers die voortdurend schakelen tussen digitale threads, die prompts sturen tijdens de lunch en die meerdere agents beheren terwijl ze in vergadering zitten, zijn weliswaar actief, maar ze zijn ook steeds minder aanwezig voor elkaar. Het informele gesprek aan de koffieautomaat, de rustige terugkoppeling na een vergadering, het moment waarop iemand zegt: hoe gaat het eigenlijk met jou? Dat soort contacten verdwijnt als de werkdag dichter en dichter gepakt wordt.

Menselijkheid is niet sentimenteel. Het is functioneel. Organisaties die de menselijke dimensie van werk bewaken, hebben medewerkers die beter beslissen, langer meegaan en meer bijdragen aan het collectief. Dat is precies wat verloren gaat in de intensiveringsspiraal die Ye beschrijft.

Productiviteitswinst die ten koste gaat van menselijk contact is geen winst. Het is een lening die op termijn wordt terugbetaald in verloop, fouten en uitval.

De vraag is wie in de organisatie opstaat om dit te zeggen. Wie bewaakt de menselijke maat als de technologie het tempo bepaalt?

De vakbond als tegenmacht met geheugen

Vakbonden hebben een lange geschiedenis in het benoemen van wat automatisering met mensen doet. Van de stoommachine tot de lopende band, van kantoorautomatisering tot platformeconomie: elke technologische sprong bracht nieuwe vormen van werkdruk, nieuwe verdringingsrisico's en nieuwe ongelijkheden. Vakbonden zijn de institutionele dragers van dat collectieve geheugen.

Die rol is nu urgenter dan ooit. Generatieve AI onderscheidt zich van eerdere automatisering doordat het niet zozeer routinetaken overneemt, maar juist taken die tot voor kort als cognitief veeleisend golden. Het raakt daarmee aan de kern van wat mensen professioneel waardevolle arbeid geven: de complexe afweging, het creatieve oordeel, de relationele afstemming.

Vakbonden kunnen in cao-onderhandelingen concrete normen stellen. Denk aan het recht op werkpauzes die niet door AI-processen worden doorbroken, begrenzingen aan de verwachte beschikbaarheid buiten werktijd, het vastleggen van maximale cognitieve werkbelasting als meetbaar begrip, en het recht op uitleg wanneer AI-tools de taakverdeling of prestatiebeoordeling beinvloeden.

Wat vakbonden ook kunnen doen, is de bredere arbeidsmarktdynamiek adresseren die Ye impliciet blootlegt. Als bestaande medewerkers door AI werk absorberen dat anders nieuwe aanstellingen zou hebben gerechtvaardigd, is dat een verborgen vorm van personeelsreductie. Werkgelegenheid verdwijnt dan niet zichtbaar in ontslagen, maar sluipend in vacatures die nooit worden uitgeschreven. Dat vraagt om transparantie en om cao-afspraken over minimale bezetting en taakvolume per medewerker.

De OR als waakhond van de menselijke maat

Waar de vakbond sectorbreed opereert, heeft de ondernemingsraad een bijzondere positie: dicht bij de dagelijkse praktijk van de eigen organisatie. De OR kan in concrete besluiten over AI-invoering eisen stellen die aansluiten bij de specifieke cultuur, schaal en risico's van de organisatie.

Daarvoor is wel een helder normenkader nodig. Niet een willekeurige lijst van bezwaren, maar een samenhangend geheel van criteria waaraan ieder AI-invoeringsvoorstel wordt getoetst. Hieronder vijf criteria, direct gestoeld op de bevindingen van Ye.

Criterium 1. Vrijgekomen tijd komt ten goede aan mensen, niet aan meer werk

AI maakt tijd vrij. Die tijd verdwijnt vervolgens geruisloos in een hogere werklast als niemand ingrijpt. De OR stelt als criterium dat vrijgekomen tijd aantoonbaar wordt ingezet voor wat de organisatie zegt te zijn: een menselijke, lerende gemeenschap. Dat betekent concrete ruimte voor menselijk contact, informeel overleg en sociale cohesie. Niet als sentiment. Als beleid.

Criterium 2. Succes wordt gemeten aan wat beter wordt voor mensen, niet alleen aan efficiency

Organisaties meten wat ze waarderen. Als alleen efficiency wordt gemeten, verdwijnt de menselijke maat uit beeld. De OR stelt als criterium dat, bij voorkeur samen met de vakbonden, concrete meetindicatoren worden vastgesteld voor werkbeleving, cognitieve belasting en aanvaardbare werkbelasting. De effecten van werkintensivering worden systematisch gemonitord en gerapporteerd aan de OR. Niet als zachte indicatoren, maar als harde toetsingscriteria naast de bestaande efficiency-doelstellingen.

Criterium 3. De medewerker behoudt de beslissende stem, niet het algoritme

AI genereert output, suggesties, prognoses en beoordelingen steeds sneller. De OR stelt als criterium dat expliciet en schriftelijk is vastgelegd in welke situaties de medewerker beslist en wanneer een algoritmische uitkomst leidend is. Daarbij horen expliciete vertragingsmomenten in kritieke processen, zodat de snelheid van AI-gegenereerde output de kwaliteit van menselijke oordeelsvorming niet verdringt. Stilzwijgende verschuiving van beslissingsbevoegdheid is geen technisch detail. Het is een instemmingsplichtige verandering.

Criterium 4. De leerladder voor nieuwe medewerkers blijft intact

Ye laat zien hoe medewerkers werk absorberen dat anders nieuwe aanstellingen zou rechtvaardigen. De OR stelt als criterium dat instapfuncties niet stilzwijgend verdwijnen of leeg raken door AI-invoering. De tacit knowledge die jongere medewerkers opdoen via eenvoudiger taken wordt bewust geborgd, ook als AI die taken overneemt. Professionele ontwikkeling vraagt ruimte om fouten te maken en te leren. Een organisatie die haar eigen leerladder afbreekt, ondermijnt haar toekomstige slagkracht.

Criterium 5. Er is een vooraf afgesproken grens die aangeeft wanneer wordt ingegrepen

De OR is geen blokkade. Maar elk AI-plan moet een vooraf vastgestelde grens bevatten: een omschreven moment waarop organisatie en OR samen vaststellen dat een ethische, menselijke of gezonde grens dreigt te worden overschreden, bewust of onbewust. Dat moment wordt bepaald op het organisatieniveau waar de effecten worden gevoeld, niet uitsluitend op strategisch of technisch niveau. De OR heeft het recht te weten wie verantwoordelijk is en op welk niveau wordt bijgestuurd wanneer werkintensivering zichtbaar toeneemt. Wie die grens definieert voordat hij bereikt wordt, handelt verantwoord. Wie dat nalaat, handelt reactief.

De raad van commissarissen: van financiële focus naar menselijk toezicht

AI-invoering is inmiddels een strategisch vraagstuk van de eerste orde. Het raakt aan de risicoprofielen van organisaties op het gebied van verzuim, reputatie, juridische aansprakelijkheid en continuïteit. Toezichthouders, in Nederland doorgaans de raad van commissarissen of raad van toezicht, kunnen dit vraagstuk niet meer delegeren aan het management.

De RvC heeft een specifieke verantwoordelijkheid: erop toezien dat het bestuur niet alleen stuurt op korte termijn efficiency maar ook de langetermijngevolgen van AI-invoering voor mensen en organisatie weegt. Dat vereist dat de RvC zichzelf equipeert om die weging te kunnen maken. En zich bewust is van de criteria die de OR hanteert bij de implementatie van de AI. Dat betekent concrete vragen stellen, zoals: wordt werkintensivering gemeten en gerapporteerd? Er moeten heldere criteria voor verantwoorde AI-invoering vastgesteld worden? De OR heeft toegang tot relevante informatie en wordt er serieus naar geluisterd op basis van ‘comply or explain’.

De toezichthouder kan ook een rol spelen in het bewaken van de balans tussen de aantrekkingskracht van productiviteitswinsten op korte termijn en de risico's van talentverlies, uitputting en identiteitserosie op langere termijn. Dat is geen soft vraagstuk. Het is de kern van duurzaam organiseren.

Wie zijn wij als organisatie?

Achter alle concrete criteria en bevoegdheden schuilt een fundamentelere vraag. Wanneer een organisatie AI invoert op een manier die haar medewerkers uitput, de menselijke verbinding uitholt en instapfuncties laat verdwijnen, zegt ze daarmee iets over wie ze is. Of liever: over wie ze wil zijn.

Organisaties die zichzelf definiëren als lerende omgevingen, als gemeenschappen van professionals, als werkgevers die investeren in mensen, moeten zichzelf de vraag stellen of hun AI-beleid in lijn is met die identiteit. Een zorginstelling die claimt de mens centraal te stellen, maar medewerkers laat overspoelen door AI-gegenereerde werkdruk, heeft een identiteitsprobleem. Dat geldt ook voor een overheidsorganisatie die zegt te werken vanuit publieke waarden, maar AI-tools inzet zonder enige norm voor menswaardige arbeid.

Identiteit is niet wat een organisatie zegt te zijn. Het is wat een organisatie doet als niemand kijkt. En AI zorgt ervoor dat er altijd iets draait, ook als iedereen even niet kijkt.

De OR kan de organisatie hier aan haar eigen woorden houden. In een zienswijze, in overleg, in een adviesaanvraag: de vraag of dit besluit past bij wie wij willen zijn als organisatie is een volstrekt legitieme en relevante vraag. Het is misschien wel de meest fundamentele vraag die de OR in het AI-tijdperk kan stellen.

 

Het is tijd om te kiezen

Xingqi Maggie Ye toonde aan dat AI werk intensiveert, niet verlicht. Dat is geen aanklacht tegen technologie. Het is een waarschuwing aan organisaties die denken dat de machine het werk regelt en de rest vanzelf gaat.

Vakbonden, ondernemingsraden en toezichthouders hebben elk een eigen rol in het tegenwicht bieden aan deze dynamiek. Samen vormen zij de institutionele architectuur die bepaalt of AI in de dienst staat van mensen, of mensen in dienst komen van de AI.

De keuze ligt niet bij de technologie. Die maakt geen keuzes. De keuze ligt bij ons.

 

Over de auteur

Dit blog is geschreven vanuit HBU Training & Advies Ondernemingsraad. HBU begeleidt ondernemingsraden bij vraagstukken rondom AI, privacy en de toekomst van werk, mede op basis van de meest recente internationale onderzoeksliteratuur.

Bron: Ranganathan, A. & Ye, X.M. (2026). AI Doesn't Reduce Work, It Intensifies It. Harvard Business Review, 9 februari 2026.

 

Reacties worden op prijs gesteld!

8.4

Score voor HBU Training en advies… na 31 ervaringen.

  • "Deze trainer heeft veel ervaring en kennis, kan goed peilen waar de behoefte van de groep ligt en zorgt ervoor dat je als team echt een stapje verder komt met een cursus die zowel leerzaam als leuk is."
  • "Positieve training. Theorie waar nodig. Discussie waar mogelijk en oefening waar gewenst met ruimte voor eigen initiatief. Voor onze medezeggenschap is een concreet resultaat dat we ons beter willen profileren m.b.v. agile werken. De basis daarvoor is gelegd tijdens training."
  • "Uitwisseling met OR van andere bedrijfstakken. Aanpak, ideeën. Vooral praktische insteek en het voor houden van spiegel zorgt ook voor andere kijk op je eigen werk en aanpak. Dat werkt erg prettig. "
  • "Leuke inspirerende training met weer een andere kijk op het voeren van dagelijks bestuur. Ondanks de jaren lange ervaring in de medezeggenschap, heb ik weer voldoende geleerd en bagage meegekregen om onze mensen te inspireren en mee te bewegen."
  • "Goede training van een trainer die op een plezierige manier gaat voor resultaat. Het prettige is dat hij je bij de les houdt, zorgt voor zinnige discussies en niet schroomt om in te grijpen als te veel van de koers wordt afgeweken."
  • "leerzaam, zinvol, to the point, goed ingaan op dagelijkse omstandigheden, fijn om afwisseling te hebben door middel van korte pauzes waardoor de aandacht er goed bij gehouden kon worden. Ook fijn dat er op z'n tijd een grapje gemaakt wordt. Deskundig persoon"
  • "Heldere uitleg, vriendelijk en geduldig persoon, goede methodes om zaken duidelijk te maken. Structuur en overzicht kan beter, niet altijd duidelijk waar we mee bezig waren of wat we gingen doen."
  • "Goed is dat hij rekening houdt van de wensen van de mensen .En zelfs tijdens de cursus gewoon kan afwijken van het programma . Fijne Trainer verheug me op de volgende cursus "
  • "Heb helaas maar een deel van de cursus meegemaakt, maar wel de essentie begrepen: adviseren doe je zo vroeg mogelijk! De trainer heeft niet alleen heldere sheets, maar laat je de boodschap ook zelf ervaren. "
  • "goed theoretisch kader aangeboden met goede vertaling naar praktisch handelen en goede praktijk oefeningen. Er hadden iets meer persoonlijke terugkoppelingen gegeven kunnen worden het begin was iets aftastend en onduidelijk tweede deel vond ik erg goed "
Deel je ervaring

Contactinformatie

  • HBU Training en Advies

  • Karel Doormanlaan 187

  • 3572 NV Utrecht

  • KvK nummer: 64897710

  • BTW nummer: NL176472538B01

© 2026 HBU Training en Advies

WhatsApp Contact
WhatsApp Bericht mij op Whatsapp

Stel je vraag aan Hielke HBU OR Expert

HBU Training & Advies